is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der land- en volkenkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Duitschland, vertoonen zij zich menigmaal als rotsen en berglanden. Tot die oudere grondsoorten in ons land behooren de steenkool van Zuid-Limburg (o.a. bij Kerkrade en Heerlen) en de Maastrichtsche bouwsteen uit den St. Pietersberg en bij Valkenberg. Hoe verder we in Nederland naai het W. gaan, des te dieper duiken die oudere grondsoorten onder de oppervlakte. Op de hellingen ervan liggen zand- en grintgronden, die ongeveer 41 °/o van Nederlands oppervlakte beslaan. In N.-Brabant (bij Bergen-op-Zoom), 111 Gelderland, Utrecht en Noord-Holland (Veluwe, Utrechtsche heuvelrug en Gooiland) en in Friesland (Gaasterland), bovendien op Urk, Wielingen en Texel, strekken zich de zand- en gnntgronden aan de oppervlakte het verst naar het W. uit. Hier en daar op de zand- en grintgronden hebben zich, vooral in de noordoosthelft (Groningen, Drente, Friesland, Overijsel), maar ook in het ZO. (de Peel), hoogvenen gevormd uit de overblijfselen van planten. De riviertjes, die over de zand- en grintgronden stroomden, deden strooken beekklei langs hunne oevers bezinken of vormden er moerasveen, en de wind deed hier en daar het zand tot steeds weer verstuivende landduinen of zandverstuivingen opwaaien. Op ééne plaats, langs eene waarschijnlijk door het vroeger in grootere hoeveelheid afstroomende zoetwater uitgeslepen laagte in de zand- en arintgrondenstrook, hebben de Rijn en de Maas een wegnaar zee gezocht. Bij hare herhaalde overstroomingen en de veelvuldige verlegging van hare bedding, vóór den tijd der bedijkingen. hebben deze rivieren het tusschen en langs hare oevers «elegen gebied met rivierklei bedekt, zoodat hier tusschen de grii.theuvels van het Rijkswoud en Montferland, eene breede strook rivierklei, tot aan en over de oostgrens van ons land reikende, den zand- en grintgordel, althans aan de oppervlakte, in een noordelijk en een zuidelijk stuk verdeelt.

De heuvelachtige gesteldheid van de zand- en grintstreken ontbreekt geheel in de gronden, welke door bezinking op de west- en noordhelling van die zand- en grintgronden (zeeklei), door plantengroei in stilstaande wateren (laagveen) of bi] hooge standen van de rivieren door bezinking uit zoetwater