Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cn een N. en N\V. industrieel gedeelte. Het eerste bevat de grootste stad der wereld, de zetels de Engelsche wetenschap (hoogescliolen te Londen, Oxford cn Cambridge), de kathedralen der rijke Anglicaansche geestelijkheid (zetels der aartsbisschoppen: York en Canterbury), de statige sloten van den hoogen adel met hunne rijke kunstverzamelingen en hunne groote parken, de talrijke bescheiden maar liefelijke landhuizen der kleinere grondbezitters, de nette dorpen der landbouwende bevolking. De vlakte is het eigenlijke gebied der Engelsche geschiedenis. Tot voor eene eeuw was het N\V. in alle opzichten ten achteren bij het ZO. Het industriëele Engeland, het NW. des lands, bezit de rijke kolenvelden, den onuitputtelijken metaalvoorraad, de groote en kleine fabrieksteden, die eerst in den nieuweren tijd groot zijn geworden, met de havens daarvan, stapelplaatsen voor den in- en uitvoer.

De bevolking van Groot-Brittannië heeft, onder den invloed van de Angelsaksen en de Fransche Normandiërs, eene eigenaardige taal (Engelsch) gekregen, eene vermenging van Germaansche en Romaansche bestandeden. In Wales, de Schotsche Hooglanden en westelijk Ierland, in de uithoeken, dus, wordt nog Keltisch gesproken en geschreven.

Groot-Hrittannie levert het beste bewijs voor de mogelijkheid, dat een land zich brood en vleesch kan blijven verschaffen, terwijl de aangroeiende bevolking en de veranderende bezigheden den korenbouw en de veeteelt in het land zelf binnen steeds engere grenzen beperken. Dank zij de organisatie van den tegenwoordigen handel, is Groot-Brittannië tegenwoordig, nu het koren en vleesch ontvangt van alle landbouw- en veeteeltlanden der wereld, tegen hooge prijzen en hongersnood beter gewapend dan in de eerste jaren dezer eeuw, toen men zich grootendeels uitsluitend van inlandsche voedingstoffen kon voorzien. Zoozeer heeft Groot-Brittannië gebruik weten te maken van de voordcelen, die zijne ligging en zijne overige hulpbronnen aanboden. De bosschen zijn in Engeland sterk afgenomen: Skandinavië, Canada, Rusland e. a. zijn zijne houtleveranciers. Een eigenaardigen blik op het karakter van den Britschen handel geven de volgende cijfers. Onder den invoer wijzen voedingstoffen

Sluiten