Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAERO-DAL. (Zie nevenstaande plaat).

Het Naern-dal is de smalle voortzetting van een der smalle, diep in 't land opdringende vertakkingen van den retisaclitigen Sogne fjord. De beschouwer wordt verondersteld op of dicht hij de pashoogte op U2 M. boven den zeespiegel te staan. Hij ziet van den tegen de hoogte in zestien vrij steile windingen oploopenden weg neer in het dal van den Naerodals-elf, die op den dalbodem schuimt in de richting van den fjord, waaraan het plaatsje Gudvangen ligt, t welk evenmin als de fjord, op de plaat te zien is. Rechts van den elf loopt de voortzetting van den weg naar Gudvangen, waar de bergen zoo dicht bij elkaar en zoo hoog zijn. dat men in den winter maandenlang de zon niet te zien krijgt. Dit zelfde karakter behoudt het gebergte, dat het Naerodal insluit. Links verheft zich de stompe kegel berg Jordalsnut. Rechts en links ziet men op de berghellingen de kale banen, waarlangs in den voorzomer de lawinen (skreder) omlaag stormen. Aan weerszijden van het smalle diep ingesneden dal het bergland, dat het karakter van ruwe hoogvlakte draagt.

MAURANGERFJORD.

Het hier voorgestelde landschap zou vele trekken van overeenkomst vertoonen met het Naerodal, wanneer men zich den Maurangerfjord, een van de zijtakken van 'den Hardangerfjord, leeggeloopen denkt: de insluitende bergwanden zouden zich hooger, de dalbodem zou zich dieper en smaller vertoonen. Zoo steil zijn zelfs de wanden, dat de inhoud der booten er niet tegenop kan worden gedragen, maar dat men dieu eerst op eene stellage moet hijschen. De bergen veitoonen eenige sneeuwbedekking en op den achtergrond vertoont zich een gletscher, de Bodhusbrae, een tak van den reusachtigen gletscher de Folgefond.

11*

Sluiten