Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schralen liodcni en zijne nog jonge, weinig beteekenende industrie, tot de landen, die meer in- dan uitvoeren. Houten visch zijn de belangrijkste uitvoerartikelen; fabrikaten en koren worden liet meest ingevoerd. In de laatste jaren mag onder de uitvoerartikelen ook ij s worden genoemd. Het verkeer van de Noorsche steden onderling heeft meest over zee plaats.

Zwedens belangrijkste uitvoerartikel is hout: ruim 1 •_> van den geheelen uitvoer. In de laatste jaren is het getal houtzaagmolens en werkplaatsen, waar het hout voor het directe gebruik geschikt wordt gemaakt, in Zweden zeer toegenomen. Ook teer en pik worden veel uitgevoerd. Na het hout moet als invoerartikel uit Zweden het ijzer worden genoemd; daarop volgt boter. De Zweedsche industrie, die zich dikwijls van stroomend water als beweegkracht bedient, gaat vooruit: bewerking van hout, lucifers, vervaardiging van machines. Zuid-Zweden bezit reeds heel wat spoorwegen, maar het sporennet staat buiten directe gemeenschap met dat van Rusland en Middel-Europa.

De Zweden en de Noren zijn Germanen. In 't N. wonen Lappen, die aan rendierteelt en aan kabeljauwvangst doen. Ze zijn door de Noren en de Zweden achteruit gedrongen. De bevolking is over 't geheel weinig dicht (zie §45 i° Leerk.); het schraalst zijn het hoogland en het Noorden, het dichtst is Gotland bewoond.

Zweden en Noorwegen zijn twee afzonderlijke constitutioneele staten met een gemeenschappelijk koning.

De Noorweegsche steden liggen haast alle aan de kust. 't Is nog niet lang geleden, dat de huizen in de steden bijna alle van hout waren. I11 den tijd, toen de Noormannen hunne tochten hoofdzakelijk naar het N. en W. richtten, lagen Drontheim en Bergen het meest geschikt voor het verkeer. Drontheim, dat, in het midden van de westkust gelegen, deze gemakkelijk kon beheerschen en daarbij nog langs twee doorloopende natuurlijke wegen, zoowel met de zuid-als met de oostkust was verbonden, was de oude konings-, nog tegenwoordig de kroningsstad. Toen later echter de westkust aan belangrijkheid verloor en de zuidkust door het vreedzame verkeer met Middel-Europa won, toen verplaatste zich het zwaartepunt des lands naar de diep in het

Sluiten