Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ATHENE EN DE AKROPOLIS. (Zie nevenstaande plaat).

De hoofdstad van Griekenland ligt in de Attische vlakte, die begrensd wordt door de rotswanden van den woudloozen, oudtijds honigrijken Hymettos (nn Trelovuni genoemd, 1230 M.) aan de oostzijde, den inarmerrijken Pentelikon (1111 Mendeli, 1110 M.) in t NO., den klovenriiken, met bosschen bedekten Parnes (nu Ozea, 1410 M.) in 'tN en den lagen, kalen Aegaleos-ritg (nu Daphno-Vuno) in tW., die zich in de richting naar Salamis uitstrekt. Het ligt daar tusschen den waterrijken, door een olijvenwoud omzoomden Kephisos en den dikwijls waterloozen Ilisos. In de vlakte strekken zich enkele uitloopers der omringende bergen en eenige zelfstandige hoogten uit, welke laatste de overblijfselen zijn van eene samenhangende kalksteenbedekking. Deze laatste hoogten zijn de Lykabettos, de Akropolis, de Areopagus, de Pnyx en de Museion, alsook de heuvelrug Turkovuni, die de waterscheiding tusschen de straks genoemde stroompjes vormt

Het oudste Athene was gebouwd op den versterkten tafelberg Akropolis (140 iv? M. absol. hoogte, 30 50 M. hooge steile hellingen , 330 M. lang 134 M breed), waar zich dan ook de heiligdommen bevonden, waarvan de bouwvallen voor een deel op de plaat zijn te onderscheiden: bij den opgang de Propylaën; op een naar het W. uitstekend bastion de Nike-tempel, de tempel van Athene Nike, de zegerijke Athene; op de vlakte zelve de grootsche ruïnen van het Parthenon, den temnel van Athene Parthenos (= de jonkvrouw), waarin Phidias' beeld van Athene, 13 meter hoog, uit ivoor en goud gemaakt, zich verhief; tegenover het Parthenon liggen de bouwvallen van het Erechtheion, dat aan Poseidon Erechtheus was gewijd. .

Van den Akropolis breidde de stad zich uit over de vlakte tusschen dezen heuvel, den Museion en den Areopagus. I11 dit gedeelte liggen nog vele bouwvallen. Ook aan de noordzijde van den Akropolis stonden in Athenes bloeitijd vele prachtige gebouwen. Na de oudheid verviel Athene en in de middeleeuwen werden niet, als 111 Rome bij en op de tempels en ruïnen nieuwe monumentale gebouwen gesticht. Vandaar een groot verschil tusschen heide steden : Romes ruïnen, trouwens ook veel kolossaler en talrijker dan die van Athene, dateeren uit eene reeks van perioden; in Athene staat naast de bouwvallen van de kunstwerken der oudheid de moderne stad. Bij het einde van den bevrijdingsoorlog was Athene ingekrompen tot een landstadje van ternauwernood 2000 inwoners, en 1111 telt Gnekenlands hoofdstad 110000 inwoners. Het nieuwe Athene bedekt slechts een klein gedeelte van de oppervlakte, die het Athene der oudheid besloeg; het ligt bijna geheel ten N,, NW. en NO. van den Akropolis en draagt natuurlijkgeheel het karakter van eene jonge stad. Ook het Theseion, de tempel van Theseus, dien onze plaat op den voorgrond te zien geeft, ligt aan den buitenkant van de tegenwoordige stad. De photo is genomen ziende naar het ZO., van uit de nabijheid van het spoorwegstation.

Sluiten