Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grootere rivieren van Börneo komen alle uit het midden des eilands. De rivieren zijn van belang voor de scheepvaart zoowel als voor de vischvangst en den rijstbouw; hare bevaarbaarheid wordt in den bovenloop beperkt door riams (stroomversnellingen) , waar zij over terrassen stroomen. Ze hebben een bochtigen loop en zijn dikwijls vergezeld van verlaten beddingen en doode bochten; hare oevers staan in den regentijd onder water. De grootste zijn de Kapoeas, die naar 't Z. stroomt, de Barito, ten W. waarvan de Kleine en de Groote Dajakrivier, welke alle naar het Z. stroomen, en de Mahakani of Koetei, die zich naar de oostkust richt.

De warmte en de vochtigheid bevorderen een weligen plantengroei ; Börneo is dan ook grootendeels met tropische oerwouden bedekt. Op de lage kusten werken mangroves de aanslibbing in de hand. Onder de boomen van het binnenland levert de gëtah përtsja reeds aanzienlijke opbrengsten, vooral in de Zuider- en Oosterafdeeling, waar hij verreweg het hoofdproduct is. Ook de rotting is van beteekenis. Verbouwd worden rijst, suiker, koffie, tabak, kokospalmen, peper; onder de artikelen vau uitvoer nemen echter alleen peper en kopra eene plaats van eenige beteekenis in. De tijgers en luipaarden van Java en Soematra komen op Börneo in 't geheel niet, de olifanten en neushorens bijna niet voor. Het eiland is echter rijk aan apen, waaronder de orang oetan algemeen bekend is.

Het hoofdvolk van 't binnenland, ook, vooral in het N., aan de kusten wonende, zijn de D.ajaks, waarvan niets méér algemeen bekend is dan het koppensnellen, een gebruik dat echter ook bij sommige andere Maleische stammen heeft bestaan en nu bij de Dajaks sterk afneemt. Op de kusten wonen Maleiers van Soematra en Malaka, Javanen, Boegineezen. Het goud en de diamanten van het W. en Z. hebben Chineezen aangelokt.

Het Nederlandsch gedeelte van het eiland wordt verdeeld in de twee residentiën: de Westerafdeeling en de Zuider- en Oosterafdeeling. De eerste is in hoofdzaak het gebied van den Kapoeas. Aan dezen ligt, bij den mond van de bevaarbare Melawi, Sintang, de zetel van een' assistent-resident. In de groote delta ligt, onder den aequator, de handeldrijvende in- en

Sluiten