Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OASE IN DE ALGERIJNSCHE SAHARA.

(Zie nevenstaande plaat).

Op den voorgrond, nog slechts voor een klein gedeelte binnen liet kader vallende, is eene watervlakte zichtbaar, waarin het bronwater opborrelt of misschien wordt verzameld: de levensbron of althans ééne van de levensbronnen van de oase. Overal dadelpalmen, die voedsel en schaduw geven aan de bewoonbare plek in de omringende woestijn. De forsche stam links laat duidelijk de knobbels zien, die de plaats der afgevallen of afgebroken blaren aanduiden. Rechts en links en op den achtergrond vertoonen zich de vedervormige groote bladeren. Tegen den stam rechts staan eenige staken, waaraan kleedingstukken zijn opgehangen, meest groote stukken doek, die worden omgeslagen op de wijze als bij den man rechts, wiens op den bodem vallende schaduw verraadt, dat de zon hoog aan den hemel staat, en bij dien op de linkerzijde der plaat, die in de schaduw van een paar palmen, evenals alle overige zittende figuren, met over elkaar geslagen beenen en de schoenen van de voeten op den vlakken bodem heeft plaats genomen. In het midden zitten twee vrouwen, tusschen twee platte, op een stuk leer of linnen op elkaar liggende steenen, met behulp van daaraan bevestigde handvatsels, koren tot meel te malen. Het meisje aan den voet van den boomstam links gezeten, houdt eene groote kruik vast, waarmee zij water kan scheppen uit den vijver. Iets verder naar achteren staat een jongen met een fez op het hoofd, de man rechts draagt een tulband, die links heeft de kap van zijn boernoes over het hoofd geslagen, aan den ingang van een leetnen hut, waarvan het achterste gedeelte meer of min suikerbrood-vormig is opgetrokken. Rechts daarvan eene hut of misschien eene bewaarplaats, van palmtwijgen gebouwd.

Sluiten