Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude Syene, ligt. Eerst beneden deze wordt de Nijl bevaarbaar tot den mond. Hij Kaïro begint de groote Nijldelta, waar tegenwoordig twee de zee bereikende armen doorheen stroomen: mond bij Rosette en bij Damiette; de andere takken bereiken slechts de lagunen. De tijd der zwelling valt bij het Egyptische gedeelte van den Nijl in Juli, Augustus en September. Hoewel de rivier op haren weg door de woestijn veel water door verdamping heeft verloren, houdt zij nog water genoeg over om jaarlijks haar dal onder water te zetten en van vruchtbaar slib te voorzien. Ten O. van den Nijl strekt zich het woeste Arabische woestijnplateau uit tot de steile Roode-zeekust.

Het Barbarijsche hoogland of de Atlaslanden blijven ons nog ter beschouwing over. In het middelste gedeelte, in Algerië, bestaat het hoogland nit den Kleinen Atlas in het N., de gemiddeld 1000 M. hooge, met alfagras begroeide steppehoogvlakte der sjots of zoutmoerassen, en den Grooten Atlas in het Z. De laatste heeft toppen tot 2300 M. De rivier de Sjelif is in Barbarijë de langste; toch is zij onbevaarbaar. Zij ontspringt op den Grooten Atlas, doorsnijdt de hoogvlakte der sjots en breekt vervolgens door den Kleinen Atlas. I11 Tunis en Marokko ontbreekt dat middelste steppenland; in Marokko spreekt men van den Hoogen Atlas, die woudrijk is en de waterscheiding vormt tusschen de noordelijke en de zuidelijke Wadi's, als die waaraan Fez ligt en de wadi Draa. In het O. bedraagt de kamhoogte van den Hoogen Atlas meer dan 2000 M., in het midden 1000, in het W. 1500 M. De hoogste toppen bereiken 4000, ja 4500 M. Evenwijdig met den Hoogen Atlas loopt, langs de zuidzijde, de Anti-Atlas.

§ 48. Klimaat en Plantengroei. Afrika heeft voor een groot deel een heet klimaat; het warmst zijn de Soedan en de zuidhelft der Sahara: gemiddeld 30°. De tegenstelling tusschen dag- en nachttemp. (ruim 30° en bij het vriespunt!) zijn er in het binnenland, vooral in de woestijn, veel grooter dan tusschen het warmste en het koudste jaargetijde. Op de hoogste toppen in de aequatoriale streken ligt eeuwige sneeuw. Naar het N. en naar het Z. neemt de temperatuur af. I11 het Z. is de westkust koeler dan de oostkust, wat samenhangt met eene

Sluiten