Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koude zeestrooming langs de west-, eene warme strooming

langs de oostkust.

In het N., in de Atlaslanden, evenals in het ZW. van de Kaapkolonie, is de winter de regentijd. Tusschen deze twee zoogenaamde subtropische streken ligt de breede streek der tropische regens, d. z. regens gedurende den hoogsten zonnestand , waarbij valt op te merken, dat de streek om en bij den aequa'tor zeer rijk aan regen is. Tusschen de streek der tropische en die der subtropische regens ligt in het N. een gebied, dat zeer arm aan regen is (Sahara) en van de west- tot de oostkust reikt, terwijl eene dergelijke streek in 't Z. veel beperkter omvang heeft (de Kalahari en de kuststreek van Duitsch ZW. Afrika). De kust van Opper-Guinea en de oosthoek van Afrika

hebben moesonregens.

De Soedan is grootendeels woudland. Het binnenland van Zuid-Afrika is grootendeels steppe of savanne. (Savannen zijn graslanden met verstrooid staande boomen of boomgroepen op de meer vochtige plekken.) In den regentijd zwellen de rivieren sterk, in den drogen tijd verdwijnt het meeste stroomende water.

In het tropische Afrika is de palm (dadel-, olie-, doempalm e. a.), in het N. is de dadelpalm zelfs tot aan de Middellandsche zee, het meest kenmerkende plantentype. In tropisch Afrika is verder karakteristiek de apenbroodboom. Negerkoren is de

hoofdkorensoort.

Het Kaapland, de Atlaslanden en Barka hebben regen gedurende den wintertijd, dus evenals Zuid-Europa.

§ 4Q. Bevolking. Zie § 70 ie Leerkr. In de Atlaslanden, Abessinië, Bahr-el-Dzjebelgebied, Angola, het Zambesi-, Limpopo- en Vaalriviergebied en langs de oostkust van de Zambesimonding tot Port Elizabeth zijn landbouw en veeteelt de hoofdbezigheden. Landbouw is de bezigheid in het Nijldal tot Donkola, in de kuststreken van Senegambië, Opper-Guinea en Neder-Guinea tot de Kongomonding en verder in het Kongogebied, Mozambique en Zanzibar. Herdersvolken bewonen Barka, de Sahara en Zuidwest-Afrika van den Koenene-mond tot Port Elizabeth. I11 den Soedan, tusschen het Abessinische hoogland en het Rudolfmeer en in de streek der Oostafrikaan-

Sluiten