Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET PLATEAU VAN ANAHUAC. (Zie nevenstaande plaat).

De zuidrand van het Mejicaansche hoogland, gekroond door eene rij van vulkanen, stort op ± 19J NI5. steil omlaag, naar den kant van de dalen, waarlangs de Rio Mejala naar het W., de Rio Papaloapan (die met de op kaart XLI in den Schoolatlas door den naam Rio de S. Juan aangeduide rivier zich vereenigt) naar het O. stroomt. Het oostelijke deel van dezen rand is wel het steilst: tusschen Orizaba en Jalapa bereikt hij eene hoogte van gemiddeld ± 2400 M., en zonder eetiige tusschentrap daalt het terrein hier tot 1800 M. Dicht aan den rand verheft zich hier de 5580 M. hooge Citlaltepetl of Piek van Orizaba. De plaat voert ons naar dit gedeelte, ten W. vau Vera Cruz, tusschen Jalapa en Orizaba. Wij zien de klovenrijke hoogvlakte van Anahuac vóór ons, waarop de reusachtige Citlaltepetl (= sterberg) troont, met zijn altijd besneeuwden top, die als eene ster fonkelt, zichtbaar tot op de golf van Mejico. Zijn kegelvorm herinnert er ons aan, dat wij een' vulkaan vóór ons zien. Op zijne hellingen beginnen reeds de barrancas, de verder naar den rand der hoogvlakte steeds meer vertakte en dieper wordende kloven, waarin het water, dat voor 't overige op de met hooge randen omgeven hoogvlakte zeer spaarzaam valt, zich verzamelt, zoodat dan ook in deze barrancas een welige plantengroei voorkomt, sterk afstekende bij de kale steppe van de hoogvlakte zelve. Rechts van den Piek van Orizaba verheft zich, minder hoog en niet tot in 't gebied der eeuwige sneeuw reikende, een andere berg, de Perote (4090 M.), 35 KM. noordelijk van den Citlaltepetl, op welken laatsten de sneeuwgrens op 4190 M. boven den zeespiegel ligt. Op den voorgrond, in en tegen de hellingen der kloven, vertoont zich de plantengroei van de warme zone in Mejico, de tierra caliente, die voor 't overige buiten de barrancas, een bij lange niet zoo weligen plantengroei bezit als de tierra templada (de gematigde zone), de tusschen 1200 en 1900 M. gelegen streken, waar de dichtste bevolking en de meeste steden en haciënda's van Mejico worden gevonden. Hier worden suikerriet, koffie, rijst, bananen, mais en Europeesche ooftboomen gekweekt. Bestijgen wij den steilen rand van de hoogvlakte van Puebla (links op de plaat zichtbaar), dan bereiken wij de tierra fria, de koude zone, waar de vlakten arm aan planten zijn, waar weinig water is en alleen de berghellingen bosschen vertoonen. Wij keeren nog eens tot den voorgrond der plaat terug, waar rechts een paar bananen staan, in het midden en links de voor Mejico en Middel-Amerika zoo bijzonder kenmerkende kandelaar-cactus zich naast den eenige meters hoogen bloemstengel van de Amerikaansche agave (bij ons onder het volk meest onder den naam van „aloë" bekend) verheft. De vezels van de agave komen als sterke stof voor weefsels in den handel (sisal-hennep) en de Mejicaan bereidt uit het vocht dat zich in de bakvormige diepte der plant verzamelt, wanneer de opschietende bloemstengel wordt uitgesneden, het pulque, den in die srekeu algemeen bekenden volksdrank.

Sluiten