Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzwellen, boomstammen omverrukkende en meevoerende, maar gedurende de maanden-, ja soms jarenlange droogte in eene rij van plassen en moerassen veranderen, zelfs geheel uitdrogen. De zoutwaternieren van het binnenland worden dan soms tot zoutmoerassen of drogen uit. (Amadeüs-, Eyre-, Gairdner-, Torrensmeer). Het best ontwikkeld is het rivierstelsel van den Murray met den Darlingende Murrumbidgee in 't ZO. Als natuurlijke verkeerswegen tusschen klist en binnenland zal het vastland Australië, dat met Tasmanië eene oppervlakte als bijna */5 van Europa inneemt, slechts bij uitzondering op de rivieren kunnen rekenen.

De inboorlingen van Australië zijn niet ontbloot van aanleg; maar de eentonigheid en de onvruchtbaarheid van het binnenland, alsook de afgeslotenheid van de buitenwereld deden hen zich blijven voeden met het weinige, wat het land hun aanbiedt: wortels en vruchten van wildgroeiende planten en het vleesch van enkele dieren, zelfs van zulke, als de mensch elders niet anders eet dan in den hoogsten nood. Onder de weinige jachtdieren is wel het belangrijkste de kangoeroe. Dieren, welke, getemd, en tot huisdieren gemaakt, den mensch elders er toe hebben gebracht 0111 zwervende veeteeltstammen te vormen, ontbraken. Planten, die tot landbouw konden uitnoodigen, bezat Australië evenmin. Zoo scheen dit land door de natuur gedoemd 0111 altijd achterlijk te blijven in beschaving.

Zelfs toen de Engelschen zich op de kusten hadden gevestigd (1788), kwam Australië hun voor niets beter geschikt voor dan 0111 een verbanningsoord te zijn. Met de ontdekking van goud in het ZO. (1851) brak echter eene nieuwe periode aan in de geschiedenis van Australië. Het hield op eene strafkolonie te zijn. De stroom der immigranten (meest Engelschen) wies met kracht. Runderen, paarden, schapen werden ingevoerd, de Europeesche korensoorten werden er uitgezaaid, en weldra bleek het, dat de Australische weiden, die met alleenstaande boomen als bezaaid zijn, uitmuntend voor veeteelt geschikt waren. De woestijnen en de met dicht, stekelig struikgewas (scrub) begroeide streken der binnenlanden zullen wel altijd onbruikbaar blijven. Maar buiten deze is er in de rivierdalen bouwland, op vele

Sluiten