Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noorder- en zuiderbreedte. De geographische lengte wordt van o° tot i8o° geteld en onderscheiden in wester- en oosterlengte. De nulmeridiaan van Ferro ligt op 20° WL. van Parijs; de nulmeridiaan van Greenwich op 2° 20 23 WL. van Parijs.

§ 4. Dagelijksche beweging aan den hemel. De vaste sterren volbrengen in 24 uren den loop in haren parallelcirkel om de wereldas. Als een hemellichaam op zijn' weg den meridiaan eener plaats snijdt, culmineert het voor die plaats.

De poolshoogte van een punt op Aarde is gelijk aan de geographische breedte van dat punt: beide hebben denzelfden coniplementshoek. Teeken dit!

Voor den poolbewoner valt de pool des hemels dus samen met het zenith, de vertikaal met de wereldas; de ware horizon met den aequator. De hemellichamen zullen zich dus evenwijdig aan den horizon moeten bewegen. Men noemt dezen stand de evenwijdige sfeer. Teeken de evenwijdige sfeer.

Voor een' waarnemer op o° breedte liggen de polen in den horizon en de aequator staat loodrecht op den horizon. De banen der hemellichamen staan dus loodrecht op den horizon en worden door dezen middendoor gesneden. Men noemt dit de loodrechte sfeer. Teeken de loodrechte sfeer.

Voor de bewoners van breedten tusschen pool en aequator heeft de wereldas een schuinen stand ten opzichte van den horizon; de poolbanen der hemellichamen staan dus ook schuins op den horizon. Een deel der hemellichamen blijft voor hen altijd boven den horizon (circumpolairsterren); een deel blijft altijd daar beneden; een deel zal onder een schuinen hoek open ondergaan. Men noemt dezen stand de schuine sfeer. Teeken de schuine sfeer voor de breedte uwer woonplaats.

§ 5. Plaatsbepaling op Aarde. (Men kan de plaats van een punt aan den hemel bepalen door de declinatie; d. i. de afstand, waarop dat punt in den declinaticirkel ten N. of ten Z. van den aequator ligt, en door de rechte opklimming, d. i. de afstand van het voorjaarspunt een punt in den aequator, dat men altijd kan terugvinden, tot het snijpunt van den declinatiecirkel van het punt en den aequator. Men telt de declinatie van o° tot 90° en onderscheidt dus noorder-

Sluiten