Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschillende metingen hebben later plaats gehad; tegenwoordig is men bezig met de groote Europeesche graadmeting , waarvoor het plan is ontworpen door den Pruisischen generaal Baey er.

De graad metingen hebben geleerd, dat de Aarde naar de polen is afgeplat. Deze afplatting bedraagt ± Van», J. w. z. dat de lengte van de aardas tot die van de middellijn des

aequators ongeveer staat als 2(jg : 300.

De oneffenheden op de aardoppervlakte zijn betrekkelijk zeer «rering; de gemiddelde aardstraal toch is ö 37' 106 M., de absolute 'hoogte van den Mount Everest, den hoogsten berg, 8800 M., d. i. slechts het i/724 van de aardstraal. Op eene globe van 6 dM. middellijn zou de hoogste berg moeten worden voorgestclc

door eene verhevenheid van nog geen mM.

S 7 Dagelijksche beweging der Aarde. De hemelbol draait voor ons in 24 uur van het O. naar het W. (boven den horizon). Nu zouden wij hetzelfde verschijnsel moeten zien, wanneer niet de hemelbol van het O. naar het W,, maar deAarde van het W. naar het O. 0111 hare as draaide, ook 1111 24 uur. Wanneer wij bedenken, dat de hemelbol in werkelijkheid niet bestaat, dat de hemellichamen op zeer ongelijke afstanden van de Aarde staan, terwijl ze toch alle in denzelfden tijd de omwenteling schijnen te volbrengen rondom onze Aarde, die toch vergeleken bij bijna alle andere hemellichamen, zoo verba/end klein is, dan moet het ons reeds in hooge mate waarschijnlijk voorkomen, dat de Aarde om hare as draait.

Gronden voor de aswenteling of rotatie der Aarde zijn

nog o. a. de volgende. .

De afplatting der Aarde naar de polen. De Aarde moet u een vroeger tijdperk een lichaam zijn geweest, dat, indien het .reen rotatie bezat, bolrond had moeten zijn en blijven Alleen door aswenteling heeft de Aarde de afplatting naar de polen

kunnen verkrijgen.

De oostelijke afwijking van de loodlijn, die een lichaam vertoont, wanneer men het van eene groote hoogte laat vallen: een <>evol" van de grootere snelheid, waarmee het lichaam zich van het W. naar liet O. beweegt op een hoog boven de aardoppervlakte gelegen punt.

Sluiten