Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds de waarschijnlijkheid doen inzien van de beweging der Aarde om de Zon. (Vethouding van de middellijn der Aarde tot die der Zon als 1 : ruim 108,5.) Het stelsel van Coppernicus is door alle latere ontdekkingen bevestigd en, aangevuld, is het reeds sinds lang door de sterrenkundigen algemeen aangenomen. De Aarde heeft alzoo eene dubbele beweging: eene dagelijksche 0111 hare as en eene jaarlijksche om de Zon.

Eene nadere bevestiging vond het stelsel van Coppernicus vooral door de ontdekkingen van Keppler (1609) en Newton (1682). Keppler ontdekte voor de beweging der planeten drie wetten: 1. de planeten bewegen ztch in den omtrek van ellipsen, waarvan het eene brandpunt zich in het middelpunt der Zon bevindt; 2. de vlakteruimten, door de voerstraallijnen doorloopen, zijn evenredig met de daartoe benoodigde tijden1); 3. de tweede machten der omlooptijden van twee planeten staan tot elkander als de derde machten van hare gemiddelde afstanden van de Zon. Newton ontdekte den grondslag van deze wetten, de wet der zwaartekracht, welke luidt: alle stofdeelen trekken elkander aan met eene kracht, omgekeerd evenredig met de tweede macht van hunnen afstand en rechtstreeks evenredig met de massa's der aantrekkende stofdeelen.

De planeten ontvangen van de Zon licht en warmte. De tegenwoordig bekende planeten zijn, in volgorde van de Zon ( ) uitgaande: Mercurius (^), Venus (9), Aarde ($, met ééne maan); Mars (cf, met 2 manen), de Asteroïden, Jupiter (Dj., met 5 manen), Saturnus (fa, niet 8 manen), Uranus (g, met 4 manen) en Neptunus Q, met ééne maan).

1) De Aarde beweegt zich in hare jaarlijksche loopbaan dus niet altijd met dezelfde snelheid. In haar perihelium (d. i. het punt het dichtst bij de Zon) beweegt zij zich sneller dan in haar aphelium (het punt het verst van de Zon). Uit de afwisselende schijnbare grootte der zonnemiddellijn laat zich de excentriciteit der aardbaan bepalen. De grootte der zonnemiddellijnen wisselt af tusschen 31' 31" en 32' 35.6", d. i. in verhouding van de getallen 1891 : 1955.6. De excentriciteit der aardbaan is dus ongeveer Vi»- 'n ',et perihelium is de Aarde 19>/;1, in het aphelium is zij 202/., mill. G.M. van de Zon verwijderd. De lengte der aardbaan bedraagt ongeveer 130 mill. GM.

Sluiten