Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons zonnestelsel is slechts eene kleine groep hemellichamen, in het melkwegstelsel gelegen, dat zich als een nevelband voor ons oog langs den hemel uitstrekt. De vaste sterren zijn zonnen, die misschien met donkere hemelbollen (als de planeten van ons zonnestelsel) ook zonnestelsels vormen. Men kent de afstanden der sterren nog slechts weinig. Het licht der naastbijzijnde ster bereikt ons in bijna 4V2 Jaar - dat van zeer ver verwijderde misschien in 5 of 0 duizend jaar. Stellen wij daartegenover, dat het licht van onze Zon de Aarde bereikt in slechts'8 min. 13 sec., Neptunus, de verste planeet, 111 4 uur

6.5 sec.! . ••• 1

§ 12. De Maan. Hoewel slechts de wachter, de bijplaneet

onzer Aarde, met eene middellijn van nog geen 0.3 van die deiAarde, moet de Maan, om hare betrekking tot onze planeet, hier nog afzonderlijk worden besproken.

We zien wel eens dat de Maan eene ster bedekt, ook wel dat zij de Zon verduistert; het omgekeerde nooit. De Maan staat dus dichter bij de Aarde niet alleen dan de sterren, maar ook dan de Zon. Haar afstand van de Aarde bedraagt dan ook slechts 60 aardstralen.

De Maan blijft bij de schijnbare dagelijksche beweging van den hemelbol meer bij de sterren ten achteren dan de Zon: gemiddeld ruim :'m uur per etmaal. Na bijna eene- maand heelt zij weer de vorige plaats tusschen de sterren ingenomen.

Wij zien de Maan niet altijd gelijk. Soms zien wij de geheele schijf verlicht, soms de helft, soms slechts een sikkelvormig deel, soms ook niets (phasen of schijngestalten). Dit komt, doordat de Maan een donker lichaam is, dat zijn licht van de Zon krijgt. Keert de Maan ons de verlichte helft toe, 111. a. w. is het Volle Maan, dan staat zij tegenover de Zon; zij culmineert dan te middernacht. Doordien zij bij de Zon achterblijft, culmineert zij steeds later. Heeft dit te 6 uur 's morgens plaats, dan keert zij slechts de helft van 't verlichte gedeelte naar de Aarde (Laatste Kwartier). N11 wordt het verlichte gedeelte dat we te zien krijgen, steeds kleiner, tot zij eindelijk te gelijk met de Zon culmineert en dus donker is (Nieuwe Maan). De Maan blijft nog meer achter en culmineert eindelijk te ó

bos, Leerb. L. en V., 4e druk.

Sluiten