Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug, maar worden onderweg ook nog gedeeltelijk geresorbeerd. Het verschil tnsschen de luchttemperatuur en de stralende warmte der Zon is duidelijk merkbaar aan 't verschil in temperatuur tusschen eene aan de Zon blootgestelde en eene beschaduwde plek. In de poolstreken kan in den zonneschijn het pek uit de naden van een schip smelten, terwijl het in de schaduw vriest. (Men leest dan ook de luchttemperatuur af op een in de schaduw

hangenden thermometer.)

De luchttemperatuur neemt in 't algemeen, daar de Aarde (middellijk) de hoofdbron van warmte is voor de lucht, met de hoogte af. Hoewel deze afneming in verschillende jaargetijden, op verschillende hoogten boven den zeespiegel en op verschillende geographische breedten wisselt, kan men ze gemiddeld op ongeveer 0.5° voor elke 100 M. stellen.

De warmtegraad der luchtlagen in de nabijheid der aardoppervlakte hangt hoofdzakelijk af van de volgende drie zaken.

1. De grootte van den hoek, waaronder de bestraling (insolatie) der Zon de aardoppervlakte treft. Deze factor veroorzaakt natuurlijk eene dagelijksche periode (verschil tusschen dagen nachttemp.) en eene jaarlijksche periode (verschil in temp. tusschen de jaargetijden). De eerste wordt beheerscht door de dagelijks terugkeerende verandering der zonshoogte, de tweede door de jaarlijks wisselende declinatie der Zon. Op gemiddelde breedten is de afwisseling van dag en nacht zoowel als die der jaargetijden in de temperatuur zeer merkbaar; in de tropische streken bemerkt men de grootste temperatuursverschillen tusschen dag en nacht, in de poolgewesten treedt liet temperatuursverschil tusschen de jaargetijden op den voorgrond.

2. De aard van den bodem: eene plantenlooze streek wordt sneller verwarmd dan een woud, daar de planten een deel van de warmte absorbeeren; eene droge landstreek sneller dan een vochtige bodem, waar een deel van de warmte voor de verdamping wordt gebruikt. Vooral is er in dit opzicht verschil tusschen land en zee. Het eerste wordt sneller verwarmd en koelt sneller weer af dan de tweede; vandaar de tegenstelling tusschen vastlandsklimaat (warme zomers en koude winters) en zeeklimaat (koelere zomers en minder koude winters). Oor-

Sluiten