Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het zeevlak. Lijnen, die punten der aardoppervlakte niet elkaar verbinden, welke onderling dezelfde gemiddelde (liefst, normale) temperatuur (tot het zeevlak herleid) bezitten, noemt men isothermen. Men onderscheidt jaar-isothermen en isothermen voor de verschillende maanden. De isothermen leeren ons niet de werkelijke verdeeling van de warmte op de aardoppervlakte kennen, omdat de hoogte-factor daarbij geëlimineerd is. Isothermen kaarten zijn echter nuttig om er de verschillende factoren mee op te sporen, die invloed uitoefenen op de tem-

peratuurs-verdeeling.

De jaar-isothermen zijn niet voldoende om eeneeenigermate volkomen voorstelling van de verdeeling der warmte te geven. Over Londen en Boedapest b. v. loopt de jaar-isotherm van ioi/./. Om nog niet eens te spreken van de uiterste temperaturen, die kunnen voorkomen (de uitersten liggen voor Boedapest \erdei uit elkander dan voor Londen), bedenke men, dat Londen eene gemiddelde Januari-temp. van -f- 3.51, eene gemiddelde Julitemp. van 17.00 heeft; voor Boedapest zijn deze getallen echter

successievelijk 1.40 en 22.30.

Van meer belang zijn voor ons de isothermenkaarten voor de

koudste en de warmste maand.

In Januari ligt de gordel van de grootste warmte (tusschen de isothermen van 20°) grootendeels ten Z. van den aequator. Zeer liooge temperaturen (30° en 35°) hebben de binnenlanden van Australië, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. De isothermen op het zuidelijk Halfrond vertoonen weinig bochten (er is slechts weinig land!), die op het noordelijk halfrond echter des te meer. Op gemiddelde, maar nog sterker op lioogere breedten, koeien zij hare convexe zijde boven de twee oceanen naai de pool, boven de continenten naar den aequator. Bijzonder sterk zijn zij gebogen bij de westzijde (in de richting naar de pool) en bij de oostzijde der continenten (in tegengestelde richting). Zij wijzen dus aan, dat liet binnenland en de oostkusten koude, de oceanen en de westkusten betrekkelijk warme winters hebben. Zeer groote koude heerscht in den Noordamerikaanschen poolarchipel (—35° en lager), alsook in Groenland, en in noordoostelijk Siberië (—40° en lager). Dit zijn zoogenaamde koudecentra.

Sluiten