Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms de brenger der lente, maar veroorzaakt ook dikwijls plotselinge overstroomingen der bergbeken door liet smelten der sneeuw, en branden zijn bij zijn stormachtig karakter en de uitdrogende werking die hij uitoefent, zeer gevreesd, Ook de Föhn is dus een valwind, maar doordien hij neervalt langs dalen die minder warm zijn, komt hij beneden aan als een warme wind.

C. NEF.RSI.AG ').

§24. Ter herinnering en ter voorbereiding. De zoogenaamde kringloop van het water is bekend. Wanneer water verdampt is, blijft het zoolang als damp in de atmosfeer, tot het tot nevel of wolken, regen, dauw, sneeuw, hagel of rijp is gecondenseerd, 0111 alsdan weder aan de verdamping te worden blootgesteld. De mate van verdamping is afhankelijk van de temperatuur der lucht, van haren vochtigheidstoestand, van hare beweging. Bij elke temperatuur behoort een bepaald maximum van waterdamp, hetwelk eene bepaalde hoeveelheid lucht kan bevatten. Is dit maximum bereikt, dan noemt men de lucht met waterdamp verzadigd. Lucht die niet verzadigd is, zal, bij dalende temperatuur, eindelijk het dauwpunt bereiken; gaat de daling van temperatuur nog voort, dan wordt de damp, die er bij de achtereenvolgende temperaturen te veel is, successievelijk gecondenseerd: er wordt water gevormd, in vasten of in vloeibaren toestand, al naar de temperaturen beneden of boven o" liggen. De warmte, die gediend heeft 0111 het water in den toestand van gas te houden, wordt daarbij vrij.

Opstijgende lucht zet zich uit en koelt af; is de lucht niet absoluut droog, dan heeft er condensatie (wolkenvorming) plaats. De toppen der bergen zijn dikwijls in wolken gehuld, doordien de lucht aan de koude bergwanden wordt afgekoeld of ook doordien van beneden opstijgende, sterker verwarmde lucht, op grootere hoogte in temperatuur daalt, of doordat een lucht-

1) Dit germanisme omvat alle eondensatie-producten van waterdamp in vloeibaren of vasten toestand: regen, dauw, sneeuw, rijp, hagel.

21*

Sluiten