Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met liet rivierwater meedrijvende, konden zelfs keien, die daarop waren gevallen of er in waren vastgevroren, tot in deze streken brengen. De zoo van Duitschland en België aangevoerde vaste stoffen bezonken in het zuiden van ons land en vormden daar zand- en grintgronden met leembanken , welke gronden men met den naam van Rijn- en Maasdiluvium aanduidt.

Ondertusschen naderde van het NO., van het Skandinavische hoogland, dat door zijne noordelijke ligging buitengewoon rijk aan gletscherijs was, het Skandinavische gletscherijs. Evenals tegenwoordig de gletschers hunne beddingen verder af- en uitschuren, terwijl ze grootere en kleinere brokken rots, die Gemengd er van de berghellingen op zijn gevallen, meevoediluviutn. ren, en vele van deze steenen op den bodem geraken, waar zij ten deele door den gletscher vermorzeld worden, zoodat zij eene leemmassa vormen, onregelmatig vermengd met zand en steenen, zoo geschiedde dat toen ook. Voordat de reusachtige gletschers het noorden van ons land bereikten, stroomde er smeltwater in woeste beken, leem en grint niet zich voerende, naar deze streken, en hetgeen zij aanvoerden, vermengde zich met het noordelijk deel van het Maas- en Rijndiluvium. Dit gebied van vermenging der zuidelijke en noordelijke grondsoorten noemt men het gemengd diluvium.

Eindelijk bereikte het Noordsche gletscherijs zelf het noordelijke

.. .. deel van ons land. Toen de zoogenaamde ijsperiode Skandina- . . ,

visch eindigde, d. i. toen de temperatuur op liet noorue-

diluvium. ]jjke hallrond weder rees, trok het Skandinavische

ijs zich uit Nederland, Noord-Duitschland en Denemarken terug,

de meegevoerde vaste stoffen (zand, leem, groote en kleine

steenblokken) in woeste, onderlinge vermenging achterlatende.

Dit is liet zoogenaamde Skandinavische diluvium, dat

derhalve alleen in de noordhelft van ons land (Groningen,

Friesland, Drente, het land van Vollenhove, Urk, Wielingen,

Texel) voorkomt. In Drente, waar het nog tegenwoordig een

groot deel der oppervlakte vormt, hebben de oudste bewoners

van de groote steenen gedenkteekenen (hunebedden) opgericht.

In Drente en Groningen bestaat o.a. de keienrijke Hondsrug

Sluiten