Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlakte en boomresten op eene'diepte, waar die onmogelijk kunnen zijn gevormd of hebben gegroeid. Toch moeten zij eens de oppervlakte hebben uitgemaakt. Bij de daling van den diluvialen bodem, waartoe men derhalve wel moet besluiten, daalde althans een deel van het westelijke Nederland tot beneden den gemiddelden waterstand; het westelijke gedeelte, ten gevolge van de naar dien kant gerichte helling, liet eerst. Dat gedeelte werd dus drassig. Op die gedeelten, welke bij voortgaande daling nog buiten gemeenschap niet de zee bleven, ging de veenvorming voort, en waar zich het zoete water in plassen had verzameld, ontstond laagveen. Doch waar het zeewater voortdurend of bij afwisseling de derrielaag, bij voortgaand zakken van den bodem, bedekte, daar bezonk de klei, die tegenwoordig de zeekleistreken van Groningen, Friesland, Holland, Utrecht en Zeeland vormt. De periode van kleibezinking werd in Holland en Utrecht, op de eene of andere wijze, waarschijnlijk door afsluiting, eerder afgebroken; op de zeeklei verzamelde zich daar zoetwater in plassen, en hierin werd laagveen gevormd, welke grondsoort in dat gedeelte des lands op zeeklei ligt. In Utrecht en Holland is de veenlaag (3 a 5.5 M.) dan ook aanzienlijk dikker (de lage ligging der droogmakerijen in die provinciën levert er het bewijs van) dan in de laagvenen aan Overijsel, Friesland en Groningen, behalve langs den duinvoet, waar liet veen in eene dunne laag te niet loopt.

§ 37. Verdeeling van Land en Water. Ruim 27" n van de bekende aardoppervlakte is land. Voortgezette ontdekkingen in de poolgewesten en verder meer nauwkeurige groottebepaling van de oppervlakte der landen zullen mettertijd dit cijfer nog eenige wijziging kunnen doen ondergaan. Waren de zeeën droog, dan zouden de vastlanden zich voor het oog van den beschouwer uit den zeebodem verheffen als hooglanden.

Europa verheft zich gemiddeld ongeveer 330, Australië 310, Amerika 650, Afrika 660, Azië 1000 M. boven den zeespiegel Gemiddeld zal liet land ruim 700 M. boven den zeespiegel liggen. Nemen we 1111 de gemiddelde diepte der oceanen Of 3600 M. aan, dan is, daar land en zee naar de oppervlakti zich verhouden als 27 : 73, de verhouding der inhouden tusscher

Sluiten