Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beiden ongeveer als 27 X 7°°: 73 X 3600 of als 1 : '4' He| boven den zeespiegel gelegen land zou dus ongeveer 14 maal

in de oceanen plaats vinden.

Het meeste land ligt op het oostelijke halfrond; het westelijkt vertoont alleen Amerika. Van het noordelijke halfrond is 0.40, van het zuidelijke 0.13 deel land. Tegenover een halfrond met het meeste land, niet Groot-Brittannië als centrum, staat een halfrond met de grootste massa water, met Nieuw-Zeeland (het Antipoden-eiland) als middelpunt

§ 38. De factoren, die de aardoppervlakte hebben gevormd. Vulkanen. Wanneer men mag aannemen, dat de aardkorst door afkoeling hard is geworden, dan mag evenzeer worden aangenomen eene voortgaande afkoeling van de aardkern. Deze afkoeling kan men zich denken gepaard te gaan met inkrimping. De reeds hard geworden aardkorst moet nu eveneens het middelpunt trachten te naderen, waardoor een sterke zijdelingsche druk moet ontstaan. Doordien de gesteenten, die

ue aaruKuiM sdinuuiulen, in zeer ongelijke mate bestand zijn tegen deze zijdelingsche persinp\ zullen hier en daar

Brcukgebergtc. scheuren en spleten ont¬

staan, waarlangs deelen der aardkorst meer of minder diep verzakken; elders zal het verschijnsel zich voordoen, dat men b.v. bij eene zijdelingsche samenpersing van een' hoop gevouwen servetten ziet: de aardlagen zullen over kleinere of grootere oppervlakte worden gevouwen of geplooid, waarbij uit- en instulpingen ontstaan. Waar over groote oppervlakten deelen van de aardkorst successievelijk in de diepte zijn gezonken, zijn oceanen gevormd. Dikwijls plooit zich de aardkorst langs den

rand der zeeën.

Waar verglijdingen langs breuken en spleten hebben plaats gehad, spreekt men van breukgebergten. Meestal geschiedt dit traps- of terrasgewijze, zooals in de figuur op deze bladzijde schematisch is voorgesteld. Voorbeelden van breukgebergten geven het Saksisch Ertsgebergte, waar naar het Z., het Zwarte-

Sluiten