Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woud, waar naar het W., de Vogezen, waar naar het O. langs spleten gedeelten zijn verzakt; verder het Thüringerwoud, de Sudeten. Gebergten, door plooiing ontstaan, noemt men vouwings- of plooiingsgebergten. Deze vouwing heeft dikwijls

in meer ot min evenwijdige plooien plaats gehad. De meeste ketengebergten, o. a. de Alpen, de Zwitsersche

Jura, de Alleghanies, behooren dan ook tot de vouwingsgebergten. Bijgaand plaatje, voorstellende een stuk rotswand aan de zoogenaamde „Axenstrasse" langs den oostoever van het Vierwoudstrekenmeer tusschen Brunnen en Fluëlen, geeft merkwaardig sterk gebogen lagen te zien.

Breuk- en vouwingsgebergten zijn de hoofdtypen der gebergten, waarbij echter allerlei combinaties en wijzigingen voorkomen.

Breuk- zoowel als vouwingsgebergten deden bij hun ontstaan den aardomtrek kleiner worden. Waren de Zwitsersche Juia en de West-Alpen niet opgevouwen, ze zouden respectievelijk oostwaarts tot Lausanne Bern en tot Milaan reiken.

Daar de vorming van breuk- en vouwingsgebergten beide in het nauwste verband staat niet den geheelen bouw en het samenstel der aardkorst, noemt men ze te zamen tektonische gebergten.

Vele en wel de geweldigste aardbevingen, vooral die welke zich over groote oppervlakten uitstrekken, zijn te beschouwen als de gevolgen van voortzettingen van de langzaam voortgaande persing, die de deelen der aardkorst op elkander uitoefenen.

(tektonische aardbevingen.)

Aan deze langzame, seculaire werkingen wordt het ontstaan van de verdeeling in continenten en oceanen, in hoog en laag toegeschreven. De groote trekken in het gelaat der Aarde staan dus met tektonische werkingen in verband.

Van veel minder omvang, maar door het catastrophe-karakter meer de aandacht trekkende, zijn de vulkanische werkingen, de uitbarstingen, die enkele, meestal kegelvormig rondom eene

Sluiten