is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der land- en volkenkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet de bovenste laag der rotsen verbrokkelen en verkruimelen. De zwaartekracht en het neersijpelende en neerstroomende water brengen de verweeringsproducten naar omlaag, zoodat steeds weer nieuwe deelen der rotsen aan verweering worden blootgesteld. Verweering en denudatie (ontblooting) hebben gebergten tot ruïnen gemaakt van wat ze eens waren. Op bijgaande plaat steekt een sterk verweerd en gedenudeerd gebergte uit een dikken mantel van verweeringsproducten op. De plaat stelt den Schwarzhorn voor, aan welks voet het witachtig groene Schottenmeer, waarbij het Fluëla-hospitium, dat gastvrijheid aanbiedt aan hen die over den Fluëla-pas (238(1 M) van het Engadin naar Davos reizen. De kunstweg op den voorgrond. Op de wanden van den Schwarzhorn (315° M) liggen kolossale puinkegels, die daar, waar boven zich blijvend sneeuw heeft opgehoopt, in diepe geulen tijdelijke waterbeddingen vertoonen. Aan het boveneinde dier geulen is duidelijk de uitslijpende werking van het afstroomende smeltwater in de vaste rots te onderscheiden.

Menigmaal is een groot deel van de lagen in een gebergte reeds verdwenen en kan uit de aanwezigheid van op vrij grooten afstand van elkaar gelegen overblijfselen eener laag( in verband met de richting der lagen, de vroegere toestand door den geoloog worden gereconstrueerd. (Zie de fig. op blz. 354). Ook kan een vlakke rotsbodem, die op verschillende plaatsen ongelijken weerstand biedt aan de verweering, op den duur in een oneffen land worden veranderd. Komt daarbij nog de invloed van het stroomende water, dan vooral kan een vlak land door diepe dalen worden doorsneden.

Dringt water den bodem binnen, dan kan het, ingeval er stoffen worden aangetroffen, die gemakkelijk oplosbaar zijn, op den duur zelfs holen in den bodem doen ontstaan. Vooral is dit het geval, wanneer er dikke steenzoutlagen, gips of koolzure kalk worden aangetroffen. Bekend zijn in dit opzicht de druipsteen holen, waar door liet binnensijpelende en neerdroppelende koolzuurhoudende water, dat op zijn onderaardschen weg koolzure kalk heeft opgelost, de kalk (als koolzure kalk) weer afzet in den vorm van druipsteen (stalactieten afhangend

23*