Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verrottende plantendeelen voeren het water koolzuur, ce levende planten voeren het zuurstof toe en versterken zoodoende de chemische werkzaamheid van het water. Duidelijk merkbaar is de invloed van den plantengroei b. v. op de afzetting van kalktuf in het meertje van Rokanje op Voorne en de vorming van Travertijnschen steen bij de Anio (bijrivier van den T.ber) bü Tivoli. Het uit de kalkrijke Apennijnen komende water bevat veel dubbelkoolzure kalk; de planten onttrekken daaraan veel koolzuur, zoodat koolzure kalk wordt afgezet. I olypen onttrekken aan het zeewater koolzure kalk en de gezamenlijke massa hiervan vormt eindelijk de bekende koraalriffen. Deze laatste komen alleen in de warmere deelen tier Aarde voor, daar de afbouwende koraaldieren eene gemiddelde zeewatertemperatuur van 20 tot 250 eischen en hoogstens 60 M. beneden den zeespiegel voorkomen. Waar koraalrifmatenaal, waarvan de dieren gestorven zijn, zelfs tot op diepten van 1000 M. voorkomt, wijst dit op eene daling des bodems, eene positieve niveauverandering. Volgens de theorie van Darwin en Dana heeft een kustrif door daling des bodems zich kunnen veranderen in een barrière-rif, dat door eene zeestrook van de kust is gescheiden, terwijl (ingeval het proces bij een eiland plaats had) bij nog voortgaande daling liet eiland beneden de zeeoppervlakte verdween en de steeds naar boven bouwende koraaldieren een ringrif, lagunerif of atol vormden. Latere onderzoekingen hebben echter aangetoond, dat deze theorie

niet algemeen van toepassing is. .

Kustriffen, bijna onmiddellijk aan de kust gelegen, vindt men o. a. veel in de Roode zee, langs de kusten van Ceylon, van de Nikobaren, Florida en West-lndië. Bijna alle hooge eilanden van den Grooten oceaan zijn door barriere-riffen omgeven, die door een smaller of breeder kanaal van de kus zijn bescheiden. In dit kanaal, dat langs openingen in het rit is te bereiken, bieden dergelijke rifkusten uitmuntende havens aan Fen zeer groot barrière-rif (the Great Barner-reef) strekt zich ter lengte van 1800 KM. langs het NO. van Australië uit. Atols hebben doorgaans den vorm van een hoekig gebogen riii", die soms geheel een weinig boven het water uitsteekt,

Sluiten