Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aanwezigheid van tektonische insluipingen van den bodem of scheuren aan het water ook in meer bijzonderheden den weg heeft gewezen.

Is in vele gevallen de dalbodem door erosie gevormd, de helling der dalwanden is een gevolg van de samenwerking van verweering, denudatie en erosie, waarbij het afvloeiende en afsijpelende water eene hoofdrol speelt. Waar echter het rivierdal is ingesneden in een' bodem, die het water gemakkelijk doorlaat, zoodat de bergwanden ook na regenbuien zeer spoedig droog zijn, daar zullen verweering en afspoeling bij lange met zoo sterk werken en de dalwanden meer loodrecht blijven. Een voorbeeld vinden wij in de Via Mala, waar de Achter-Rijn door een kalksteengebergte met bijkans loodrechte wanden stroomt, en in de „Schluchten" en „Klammen" op andere plaatsen in de Alpen. Bijzonder geschikt voor de vorming van diep ingesneden dalen met ongeveer loodrechte wanden zijn droge hoogvlakten, op welker hoogen, regenrijken, soms ver af liggenden bei grand krachtige rivieren ontspringen. Deze laatste snijden zich eene bedding uit, welker wanden, bijna onaangetast door verweerende en afspoelende werkingen, den ongeveer loodrechten stand soms tot eene hoogte van honderden meters blijven bewaren. Dit is het geval met de (camions = buizen) van de westelijke Noordamerikaansche hooglanden. Men zie de plaat

tegenover blz. 257.

§ 46. Haf- en Deltavorming. Het land, dat eene rivier

bij hare monding in de zee of in een meer heeft doen bezinken, noemt men eene delta, onverschillig of de rivier zich daarin al dan niet vertakt. Het klassieke voorbeeld van eene delta is de Nijldelta, aan welker driehoekige vorm dan ook de Grieksche naam voor deze landvorming is ontleend. Sommige delta's steken vóór de kustlijn in zee uit (Missisippi, Po), andere (Hoang-ho, lndus) doen dit niet; in de meeste gevallen is er eerst een aestuarium, eene bekkenvormige verwijding aan den

riviermond, dichtgeslibd.

De deltavorming wordt zeer in de hand gewerkt door het ontstaan van een' dam voorde riviermonding, een schoorwal, die kan ontstaan daar, waar de stuwkracht van de rivier en de

Sluiten