Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men onderscheidt naar hunnen oorsprong verschillende nierensoorten. Zoo zijn er, als de haffen, die door een schoorwal van de zee zijn afgescheiden. Het hangt bij deze van de wijdte van 't kanaal (de kanalen), waardoor ze nog met de zee in gemeenschap staan, van den meerderen of minderen aanvoer van rivierwater en van de sterkte der getijden af, of ze nu zoet- dan wel nog zoutwater zullen bevatten. Andere deelen van de zee, als de Kaspische zee, zijn van de gemeenschap met de open zee afgescheiden door negatieve niveauverandering in verband met een dan natuurlijk droger wordend klimaat.

Andere meren zijn geene vroegere deelen der zee, maai zijn b. v. ontstaan, doordien door tektonische werkfngen deelen dei aardkorst in de diepte zijn weggezakt, zoodat het toestrooniende water er zich in moest verzamelen, als het Vierwoudstrekenmeer, de Doode zee, het Tanganjika meer. Nog andere zijn afgesnoeide deelen van vroegere rivierbeddingen, die soms wel, soms ook niet meer met de tegenwoordige riviei in gemeenschap staan. Op welke wijze de vele nu met water gevulde bekkens zijn ontstaan, is bijlange nog niet voor alle uitgemaakt. Voor ons land in 't bijzonder zij er op gewezen, dat vele plassen of meren door uitvening kunnen zijn ontstaan.

Welke ook de oorsprong van een meer moge zijn, het is altijd, in langer of korter tijdsverloop, onderhevig aan dichtslibbing. Langs vele rivieren de Donau geelt vele \ooibeelden: bekken van Tulln (men zie de plaat tegenover pag. 117), van Weenen, Kleine Hoiigaarsche vlakte, vindt men ten of meer vlakke bekkens, die zeer stellig vroeger meren zijn geweest. De dichtslibbing begint natuurlijk van boven af. I)c meren zijn zuiveringsbekkens voor de rivieren en tevens i<-gu-

lateurs van haren waterstand.

§ 48. Gletschers. In de poolgewesten reeds op geringe hoogte, in de gematigde zone op de hooggebergten, en in di warme zone op de hoogste toppen is de zomertemperatuui nie toereikende 0111 de gevallen sneeuw te doen verdwijnen; ei blijft dus altijd een gedeelte van de sneeuw van 't vorig jaai liggen: men heeft er eeuwige sneeuw. De grens, beneden welk* de~sneeuw nooit geheel verdwijnt, noemt men sneeuwgrens

Sluiten