Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat zij kleine nieren vormen, die niet zelden otuleraardsch, door liet duinzand heen, afwateren, zooals b. v. het geval is met de étangs op de Landeskust ten N. van het bekken van Arcaclion.

Eigenaardige vormen vertoonen de uit den ijstijd achtergebleven moreenelandschappen. Deze onderscheiden zich door de meest grillige afwisseling van hoogten en laagten, door dikwijls gesloten, komvormige dalen, voor liet waterondoordringbare leembeddingen, een zeer eigenaardig riviernet en een grooten rijkdom aan meren. Bijzonder kenmerkend en algemeen bekend zijn in dit opzicht de Baltische rug in Noord-Duitschland, de moreenelandschappen vóór den noordvoet der Alpen en die vóór de monden der dalen aan den zuidvoet van dit gebergte, als bij het bekken van Ivrea, het Gardameer etc.

Hoogland. Waar de wanden van de dalen, die zich in een hoogland bevinden, niet met elkaar 111 aanraking komen, maar door vlakten van elkaar gescheiden zijn, als

daar spreekt men van tafellanden of plateau's, ingeval de dalen diep zijn ingesneden. Zijn de dalen zeer weinig diep, dan zou men (b. v. de Pommersche, de Pruisische Seeenplatte) van platen kunnen spreken. Naar de ligging der lagen kan men twee soorten van tafellanden onderscheiden: die, waarbij de bodem bestaat uit nog ongeveer horizontaal liggende lagen, en die, waarbij de bodem meer of minder sterke dislocatie heeft ondergaan, daar waar sterke denudatie of abrasie eene oneffen oppervlakte gelijkmatig heeft afgeslepen en tot eene abrasietafel gemaakt. ' Gaan de dalwanden met zacht, convex gebogen vlakken in elkaar over,

Sluiten