Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van elkaar gescheiden. Waar te groote koude of droogte den plantengroei onmogelijk maakt, treft men met bergpuin bedekte bergen aan. Waar een bergstroom den rotswand ondermijnt, zoodat telkens weer rotsblokken omlaag vallen en naakte rotswanden voor den dag komen, ol waai een onvruchtbare bergwand geene verweeringskorst vormt, daat draagt het landschap het karakter van een kaal rotsgebergte.

D. DE ZEE.

§ ^o. De wereldzee en hare deelen. Men onderscheidt drie zelfstandige zeeën of oceanen (den Grooten Oceaan, waarvan de zuidheltt ook wel Stille Zuidzee woult geheeten, den Atlantischen oceaan en den Indischen oceaan) en verder onzelfstandige zeeën, nl. middellandsche zeeën en landzeeën. Men zie i<-'n Leerkring pag. b.

§ 5i. Diepte der zeeën. De zeebodem. De bodems der oceanen zijn de laagste deelen der aardoppervlakte. Men schat hunne gemiddelde diepte op 3-6 KM. beneden den zeespiegel. Ze zijn ontstaan door verzakking en instorting en verder natuurlijk door afslag enz. Peilingen hebben geleerd, dat de zeebodem in 't algemeen flauwe hellingen heeft. Bij vlakke kusten helt de zeebodem zeer langzaam, bij steile kusten helt luj sterker. Alle vormen, die geheel of grootendeels door verweering, denudatie en erosie zijn ontstaan, moeten op den zeebodem natuurlijk ontbreken.

Op vele plaatsen langs de kust der continenten, vooral in randzeeën, ook in enkele middellandsche zeeën, daalt de zeebodem niet beneden 200 M.; zoo de Oostzee, een groot deel van de Noordzee, van de Biskaaische golf, de Adriatische zee, de Perzische golf, de Oostcliineesche zee. 'tZijn als 'tware onderzeesche tafellanden, onmiddellijke voortzettingen van het continent. Groot-Brittan 11 ië ligt geheel op zulk een tafellaud, eerst ten W. daarvan beginnen de diepten van den eigenlijken oceaan. Diepe deelen des oceaans (van 2000 M. en meei), van groote uitgestrektheid, zijn ongetwijfeld reeds lang zeebodem. Kleine trogvormige bekkens met oceanische diepten in uiiddtl-

Sluiten