Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de vloed, door de Maan veroorzaakt, met de eb, door de Zon verwekt, samenvalt. De vastlanden brengen zoovele onregelmatigheden in 't verschijnsel der getijden te weeg, dat we de theorieën ter verklaring van de getijden hier maar zullen laten rusten. Er verloopt voor de verschillende havens meer of minder tijd tusschen het oogenblik, waarop de Maan door den meridiaan der plaats gaat en het oogenblik van hoogwater: dit tijdsverschil heet de haventijd dier plaats. De oceanen vertoonen sterke getijden; de Middellandsche zee heeft veel minder sterke getijden, de Oostzee en groote zoetwatervlakten, als de Canadeesche meren, vertoonen er slechts sporen van. In daarvoor gunstig gelegen inhammen, als de Fundy baai op de oostkust van Amerika, kan 't verschil tusschen eb en vloed vele meters bedragen. In de trechtervormige Ooster- en Wester-Schelde is 't veel grooter dan in de Zuiderzee, die slechts langs smalle gaten met de Noordzee in gemeenschap staat.

§ 55. Zeestroomingen. De oceanen vertoonen in hunne bovenste lagen, onder den invloed der heerschende standvastige of ook der meest op den voorgrond tredende winden, stroomingen. Behalve deze onderscheiden we locale stroomingen in nietzelfstandige zeeën, door andere werkingen veroorzaakt.

Bijgaand schema geeft eene voorstelling van het stelsel van stroomingen, zooals het in de oceanen meer of minder volledig voorkomt. I11 den Indischen oceaan is de noordhelft natuurlijk niet tot volledige ontwikkeling gekomen. We zullen aan de hand van dit schema de kaart der zeestroomingen beschouwen.

I11 den Atlantischen oceaan treffen wij tusschen io° Z.- en 20° NB. (in de passaatzone dus) eene Noordelijke en Zuidelijke Aequatoriale strooming aan, en tusschen beide (in den gordel der aequatoriale windstilten) de Guineastroo111 ing, die door de zuiging, ontstaan tusschen de beide Aequatoriale stroomen, zich in tegengestelde richting met deze beweegt. De Zuidelijke Aequatoriale stroom splitst zich bij kaap San Roque in tweeën. Een tak gaat als Braziliaansclie stroom naar het Z.W., 0111 op 48° ZB., in de streek der heerschende westenwinden, 0111 te buigen en daarna als Ben-

Sluiten