Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zetten. Zoo kunnen de zoutlagen, die men in alle werelddeelen en in alle formaties vindt, zich in den loop van de geschiedenis der aardkorst hebben gevormd. Men vindt steenzoutlagen zoowel in oude als in jongere formaties. Zeer oud b.v. is het steenzout in het Zoutgebergte in Pandsjaab. Bijna geen deel der Aarde mist het zout. Men vindt het in groote hoeveelheid b.v. in de graafschappen Nottingham, Derby en Stafford in Engeland, bij Halle, langs den voet van de Karpaten in Galicië (= zoutland) bij Wieliczka en Bochnia; oostelijk Galicië en Boekowina hebben meer zoutwaterbronnen; de binnenrand van het Zevenburgsch hoogland is zeer rijk aan zout; bij Spcrenberg heeft men eene zoutlaag aangeboord van minstens ongeveer 1200 M. Beroemd is de zoutmijn van Stassfurt, waarbij zich eene zoo belangrijke industrie in de moederloogzouten heeft ontwikkeld, die chloorkalium, kalimeststoffen, magnesia- en natronsulfaat levert, dat deze industrieën reeds de onkosten dekken en de ontvangsten van het gewonnen keukenzout zuivere winst zijn. Een ander type bieden de zoutlagen van Salzkammergut, in de Beiersche en Tiroler Alpen aan, waar het steenzout zelden zuiver voorkomt en men groote onderaardsche holten maakt, waarin men water laat loopen, dat daar in eene vrij geconcentreerde zoutoplossing overgaat, die vervolgens wordt uitgedampt. In de zoutsteppen wordt zout uit den bodem en in'den omtrek van zoutwatermeren gehakt, als in het Elton-, het Baskoentsjakmeer en zeer vele andere in de Kaspische vlakte, in het Chineesche rijk en elders. In de warmere deelen der Aarde laat men in lage kuststreken het zeewater in vlakke vijvers loopen, sluit deze daarna af en laat het vervolgens eerst door de zonnewarmte uitdampen, waarop het proces door uitdamping in groote pannen wordt voortgezet. Zoo geschiedt veel in Zuid-Europa, o. a. bij Setubal, en in tropische gewesten.

Is het keukenzout een onmisbaar mineraal, geene delfstof speelt tegenwoordig, met uitzondering van het ijzer, eene zoo belangrijke rol als de fossiele kool en de natuurlijke koolwaterstofverbindingen, vooral sedert de periode der moderne grootindustrie.

§ 6q! Veen, bruinkool, steenkool en anthraciet zijn verkolingsproducten van plantendeelen, die successievelijk ge-

Sluiten