Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet minder iloeltreffend, hoewel onrechtstreeks, werkten de wetten op het gebruik der Nederlandsche taal op strafrechterlijk (1873 en 1889), bestuurlijk (1878) en wetgevend

gebied (189S).

Het onderricht in de Nederlandsche taal werd verwaarloosd in de onderwijsgestichten, vooral in de middelbare scholen, athensea, colleges en hoogescholen, die dan toch op onmiddellijke wijze, het meest bijdragen om schrijvers te vormen; dit heeft echter veeleer eenen maatschappelijken invloed gehad, met gunstige en nadeelige zijde, zooals Max Rooses, een onzer beste critici, opmerken deed.

Het nadeel bestond hierin, dat onze schrijvers meestal tot de volksklas of tot den kleinen middelstand behoorden, zoodat velen van hen, met wezenlijk kunstgevoel bezield, onvoldoende voorbereid waren om de groote taak te volvoeren, waaraan zij zich wijdden, en dat bij het heerschend zelfonderricht, de zelfkritiek geheel gemist werd.

2

Sluiten