is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche letterkunde in België sedert 1830

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Col legt* van Pitsenburg te Mechelen (1831), 0111 nog later (1834) leeraar in de Vaderlandsche Geschiedenis te worden aan de Katholieke hoogeschool te Leuven.

Tot bevordering der taal, voor welker onderwijs wij in België geen degelijk handboek bezaten, gaf hij in 1833 zijne „Ncdcnluitsche spraekkunst" uit; in de voorrede der tweede uitgave van dit werkje, dringt hij aan op de stichting van een akademisch korps, dat bevoegd zou wezen om gezag uit te oefenen op taalkundig gebied; deze kwestie werd later niet Willems weder opgevat, toen zij de oprichting eener Nederlandsche akademie voorsloegen; zij moesten dit ontwerp laten varen, doch, zooals wij gezien hebben, heeft de Regeering het in 1886 verwezenlijkt.

Met het doel den strijd om het spellingsvraagstuk te doen bedaren, stichtte hij in 1840 het tijdschrift „De Middelaer", dat drie jaar in leven bleef.

Zoodra de twist bekoeld was, kon hij al