Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De eerste Mensch*, waaruit hij later zelf de beste stukken koos, om die onder den titel „Gedichten" (1879) te vereenigen in een bundel, waaraan de vijfjaarlijksche prijs voor de Xederlandsche letterkunde toegekend werd, dus toen de schrijver pas drie-en-twintig jaar oud was.

Met zijne buigzame dichtergave durfde hij alle genres aan, zonder in één te falen. Pol de Mont is, of liever was, een onzer vruchtbaarste dichters, want sedert enkele jaren is hij meer werkzaam op liet gebied der kunststudiën over oudere en nieuwere kunstenaars.

Achtereenvolgens gaf hij: „Lentesottertijen" (1881); „Loreley" {1882); „Idyllen" (1SS2); „Idyllen en andere Gedichten'' (1884); „Fladderende Vlinders" (1885); waarin zijn talent tot volle rijpheid komt. Iiij reikte hierin tot eene hoogte, die hij sindsdien niet overtrof, noch in zijne „Claribella" (18133), noch in zijne „Iris" (1894), die nochtans zijn naam waardig zijn, en elke letterkunde tot eer zouden strekken.

Sluiten