Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in 1838 verscheen, werd ons een meesterwerk geschonken.

In dit boek, waarin hij den strijd der Vlaamsche Poorters tegen den Franschen adel schetst, en de overwinning der eersten in den Slag der Gulden Sporen in 1302, schiep hij, in een machtigen en forschen greep, eene zoo treffende en leefbare legende, dat de thans beter ingelichte wetenschap er nog niet toe kwam, en er misschien ook nooit toe zal geraken, ze uit den volksgeest te roeien.

Van af dit oogenblik, tot het einde zijnetloopbaan toe, is zijne werkzaamheid niet meer vertraagd, en zijne volledige werken bedragen meer dan honderd boekdeelen. De beste zijner geschiedkundige romans zijn: „De Leeuw van Vlaanderen" en „Jaleob van Artevelde", van zijne zedenschetsen zijn de bekendste: „Sislca van Roosemael" en „Het Geluk van rijk te zijn", en van zijne dorpsgeschiedenissen: - „De Lotelinfj" en „Baas Gansendonck".

Zijne kunstopvatting is idealistisch, hoewel

Sluiten