Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vliegend lyrisme in „Van Dichterleven'', „Gevoel en Phantazie" en „ Wijding"; Lambrecht Lambrechts, met „ Rond het Klavier"; Cesar Gezelle, fijnvoelend dichter, wiens „ Verzen* en „Primula Veris" ons aan zijn oom, den grooten Guido, doen denken, zonder dat er evenwel van navolging spraak kan zijn ; Karei, van de Woestijne, wiens „ Vaderhuis" prachtige brokken bevat, en de jongste dichters : Eeckels ; Herokenrath ; Godfried Hermans; Ary Delen; G. Niko Gunzburg; O.-K. de Laey; Fernand Toussaint, en anderen, waarvan de vermelding hier, ons te ver zon leiden.

Deze poëten, die allen den goddelijken stempel der dichtergave dragen, bereiden onze literatuur eene toekomst vol leven en schoonheid voor, die het werk onzer jongere prozaschrijvers ons ook schijnt te beloven.

Bij dezen is eene tweevoudige strooming waar te nemen. Aan den eenen kant hebben wij naturalisten, waaronder Antoon

Sluiten