Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Zal nu wel niemand meer verwonderen, indien de toondichter Richard Strauss ook als dirigent groote qualiteiten bleek te bezitten. En dat dit inderdaad zoo is, lijdt geen twijfel voor wie onlangs te Rotterdam Strauss met het Amsterdamsch orkest eenige zijner werken heeft hooren uitvoeren. Men zal mij tegenwerpen dat de Amsterdammers, de Straussvertolkers „par excellence" een slecht bewijs voor mijne bewering zijn en, dat een leider wel direkt doodend zou moeten werken, wilde hij hun superieur spel tot iets onbelangrijks maken, eene werking die men van componist zelve moeilijk aan kan nemen.

Afgezien van het feit, dat een middelmatig dirigent de voordracht toch zou verzwakken, afgezien ook daarvan, dat men b.v. voor Weingartner eveneens zeer consciëntieus voorbereidt en men diens bekwaamheid dus evengoed in twijfel zou kunnen trekken, kan ik mijne bewering daarmede staven, dat ik als toehoorder of als medewerker Strauss in Duitschland meermalen heb bijgewoond op muziekfeesten, bij welke gelegenheid de orkesten, zooals dit meestal 't geval is, voor 'n groot deel waren samengesteld uit elkander vreemde elementen en waarbij Strauss, als geen groote technische bezwaren hem in den weg traden, niet minder in staat bleek te zijn tot wat de superieure dirigent kenmerkt: nl. tot bezieling.

Sluiten