Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun krachten inspanden en de moeielijke figuur er ten slotte toch nog goed uitkregen. Zooals gezegd, indien het bij weinige dergelijke gevallen blijft, kan Strauss zich vrijwel aanpassen. Maar de bezwaren moeten niet talrijker zijn en het orkest vooral niet van algemeene middelmatigheid blijk geven, zoodat er gestudeerd zou moeten worden. Want daartoe ontbreekt Strauss ten eenen male het geduld. Ik heb eens gelegenheid gehad dit te constateeren op een der Nederrijnsche muziekfeesten te Aken, reeds eenige jaren geleden. Het orkest was inderdaad verre van schitterend, maar Strauss ergerde zich dermate, wond zich zoo op, dat hij er zelf de dupe van werd, want de afmatting stond hem na elke repetitie op 't gelaat te lezen.

Bereikt werd natuurlijk ook niets; integendeel ging het nog slechter tengevolge van de nerveuse stemming die in 't orkest begon te heerschen en die door de krasse wijze waarop Strauss somwijlen zijne meening te kennen gaf, zeker niet verminderd werd. Want daaromtrent geneert hij zich in 't geheel niet. Toen het laatste nummer van het muziekfeest was afgespeeld waren zijne afscheidswoorden: „Das Orchester taugt zu gar nichts". Mij dunkt, 't is openhartig en duidelijk genoeg. Maar met dat al bleek Strauss hier toch on-

Sluiten