Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschikt te zijn. Hij was niet koel berekenend genoeg om zich zelf de vraag te stellen: Hoe kom ik met dit orkest tot het beste resultaat. Had hij gemeend zijne ontevredenheid te moeten toonen, goed, maar innerlijk moest hij daarbij dan toch in rust blijven. Wat er gebeurde, ging niet genoeg buiten hem om. Hij wist niet den schijn te geven voor de werkelijkheid, alles eigenschappen die mede behooren tot de virtuositeit van een dirigent.

Maar hier nu kenmerkte Strauss zich als de mensch, die door de hoogere vlucht zijner gedachten, ongeschikt is geworden om zich met al zulke bijkomstige dingen te bemoeien en die dan ook niet verdragen kan als hem in dezen vorm moeielijkheden in den weg treden. Het technisch goede spel van een orkest blijft voor Strauss ten slotte een van zelf sprekende kwestie van ondergeschikten aard, die, hoe noodzakelijk ook, toch ver achter hem ligt en waaraan met geduld en aandacht zijn tijd te wijden hem niet meer mogelijk is. Hij is boven het schoolmeesterachtige gegroeid, dat een dirigent tot op zekere hoogte bezitten moet, maar is niettemin (het valt niet te ontkennen) hierdoor als virtuoos reeds onvolkomen geworden.

Doch in een geval als het bovengenoemde te Aken,

Sluiten