Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven en door studie, een dirigent met altijd nog grooter volkomenheid zijne intenties in de bewegingen zal kunnen uitdrukken. Want hierop komt het ten slotte aan: in gebaren, in houding, in blik, het kunstwerk als 't ware te reproduceeren, voor zoover dit mogelijk is ten minste in dezen vorm, en men niet datgene verlangt wat door de muziek zelve slechts uitgesproken kan worden. Doch hierop wil ik liever niet doorgaan, het mocht eens op „Duncan-beschouwingen" uitloopen, wat de bedoeling van dit artikel niet is.

Ik zei reeds dat Strauss* lichaamsbouw den uiterlijken vorm zijner bewegingen niet in de hand werkt. Wel heeft hij een hooge gestalte zooals b.v. Weingartner, maar bezit niet diens buigzaamheid en elegance, noch het gespierde en veerkrachtige van een Mengelberg. Strauss' bewegingen zijn hoekig, soms houterig. Maar het schijnt hem volkomen onverschillig hoe ze er uitzien, als hij zijn doel er maar mede bereikt.

Indien ook de bewegingen van den specialen virtuoosdirigent, zelfs bij grootste heftigheid van expressie, toch altijd zullen blijven volgens de regels zijner kunst, Strauss houdt zich daaraan niet. In 'n dergelijk geval werkt hij met z'n geheele lichaam, worden zijn bewegingen stijf, zelfs geforceerd. Dit vindt behalve in

Sluiten