Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

componeeren zijner werken. Ware dit mogelijk, de schaal zou zonder twijfel in laatstgenoemden zin overslaan en duidelijk blijken, hoezeer het toondichterschap Strauss' eigenlijke levensroeping is.

En hiermede ben ik aan 't einde gekomen van mijne beschouwingen. Of Strauss met zijn bijzonder gedachtenen zieleleven, als dirigent ook de plooibaarheid bezit voor de werken van anderen, blijve daargelaten. Men treft hem bijna nooit meer aan als zoodanig. En dan, is hij niet reeds als leider zijner eigen werken een dirigent van groote beteekenis. Gevoelt gij hierin mijne vereering voor Strauss als toondichter, welnu, ik beken gaarne dat ik mij gelukkig acht in zijn tijd te leven.

Wellicht zijn er oudere, bezadigde hoofden, die bedenkelijk bij deze bekentenis zullen schudden. Het zij zoo; ik kan daarover thans niet uitweiden. Hier geldt het Strauss als dirigent. Mocht men echter bij mijne bewondering voor hem in dit opzicht soms ook willen spreken van jeugdig enthousiasme waarbij het aan objectieven kijk ontbreekt, dan beweer ik het waardelooze van dergelijke opmerkingen door de analysen en besprekingen in deze verhandeling afdoende te hebben aangetoond.

Den Haag, Zomer 1907.

Sluiten