is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had wel den gewonen mensch in hem te niet gedaan, maar tot ongewoonheid hem volmaken kon zij niet. Voordat de dood hem van mij wegrukte, leerde hij mij wat hij zelf het best had geleerd — liefde en smart. En daar wij in onze bergen ook boeken bezaten, het krachtig en verlichtend woord van groote geesten, samenstemmend met de rijke taal van woud en stroom, leerde vader mij uit boeken ook — hoe groot de onwetendheid van menschen is en hoe God daarboven glimlacht, wanneer de mensch hier op aarde verklaart: „Hierin ben ik geleerd: dit begrijp, dit versta ik; in dit mijn systeem valt geen feil te ontdekken." Hij zond de scholen school, mij uitleggend, dat de één een dwaas wordt genoemd om een enkele dwaling en een ander wijsgeer om tal van zulke dwalingen, die hij tot een stelsel waagt op te bouwen.

Men zegt dat ik op mijn dierbren vader gelijk. Toch heb ik breeder voorhoofd, smaller, fijner trekken en ben ik nog bleeker dan hij. Daarbij al even ernstig van gelaat, totdat het licht van moeders glimlach er over heen komt spelen en het daardoor mooier maakt dan het is.

Zoo leefden wij met God in onze bergen negen jaren lang. Ik was juist dertien jaar geworden, schier onmerkbaar, als een plant in het voorjaar uit ongeziene wortels opgegroeid — toen ik plotseling tot het volle leven en al zijn nood en leed ontwaalrte en met een brandend, onstuimig bonzend hart naast vaders lijkbaar stond. Verblindend is de straal, als het leven met den dood zóó plotseling en zóó fel in botsing komt. Zijn laatste woord was: „Liefde, mijn kind, liefde .... liefde" — met de smart had hij afgedaan — „liefhebben, mijn kind." Vóór ik kon spreken, had hij den strijd volstreden en had zijn kind niemand meer om op aarde lief te hebben.

Zijn kind! Ik was geen kind meer na die ure. De dagen, die volgden, staan mij verward voor den