Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, dat vaders kind vaders taal sprak. Ik leerde de gebeden, de catechismus en de formulieren, van Athanasius terug tot Nicea, las de 39 artikelen, tractaatjes tegen den tijdgeest (vooral niet Buonaventura's „christelijke liefde") en het kort begrip van allerlei onmenschelijke dogmen, nooit door Johannes verkondigd — omdat zij van een goed onderwezen geloof hield. Ik maakte kennis met een paar fransche klassieken (natuurlijk niet met Balzac en Voltaire) en leerde wat Duitsch op den koop toe — omdat, zeide zij, kennis van talen (niet van boeken) tot een ontwikkelde opvoeding behoorde. Ik leerde een weinig Algebra en Mathesis, ik fladderde den cirkel der wetenschappen rond — omdat zij in vrouwen geen oppervlakkigheid kon dulden. Ik leerde het koninklijk stamhuis van Oviedo van buiten, even als de wetten van het Birmaansche rijk; wist hoeveel voet de Chimborazo zich boven Tenerifife verheft, welke bevaarbare rivier met Lara samenvloeit, welke census in het jaar vijf te Klagenfurt plaats had — omdat zij een algemeen overzicht van belangrijke feiten nuttig en noodig achtte. Ik speelde veel piano (onmogelijk spel in de dagen van Johnson en het ware te wenschen in de onze evenzeer) kunstige handgrepen en ongeloofelijke vingeroefeningen, die den toehoorder met een stortvloed van noten overstelpten en hem van het helsch rumoer deden suizebollen. Ook teekende ik elegante poppen naar Fransche gravures, netgekleede najaden met gemaakte goddelijke lachjes, bootste, of liever knoeide het landschap in waterverf na, danste de Polka en Cellarius, spon glas, zette vogels op en boetseerde bloemen in was — omdat zij van talentvolle meisjes hield. Ik las een aantal boeken over de vrouw, om te bewijzen dat, al denken vrouwen niet, zij toch stof tot denken genoeg geven, althans aan een ongetrouwde tante en de schrijfster; boeken, die stoutweg verklaarden, dat vrouwen het recht hebben het gesprek van haar

Sluiten