Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echtgenooten te begrijpen, als dit niet te diep gaat, en er zelfs nu en dan een woordje, een „waarlijk?" of „ja zeker!" mogen tusschen voegen; boeken die haar vlug begrip en fijnen tact prezen, even als haar geheel eenige waarde en de hervormende kracht, die van de vrouw uitgaat, zoo lang zij rustig aan den haard blijft gezeten en nooit — want dit ware haar ongeluk — „neen" zegt, als de wereld „ja" zegt; boeken, die haar engelendeugd, hoofdzakelijk verstelgoed en hongerige magen ten goede komende, hemelhoog verhieven; in één woord, die de haar aangeboren bekwaamheid tot alles, haar slechts geschonken om van dat „alles afstand te doen, die hare bijzondere geschiktheid tot al wat haar ondergeschikt maakt, in het helderst daglicht stelden. „Vrouwen moeten vrouwelijk zijn", zeide mijn tante en Engelsche vrouwen, zij dankte er God voor en zuchtte (sommige menschen zuchten altijd als zij God danken) waren een toonbeeld voor de wereld. Eindelijk leerde ik nog den kruissteek, omdat zij mij 's avonds niet met ledige handen wilde zien zitten en bracht ik een smachtende herderin te voorschijn, met oogen even rood als haar schoenen, omdat ik mij in de zijde vergiste, en met een hoofddeksel, dat veel had van den schildpad, die den dichter der oudheid doodde.

Een zinnebeeld van ons leven is het handwerk van ons vrouwen! Wij naaien, borduren, prikken ons de vingers stuk, bederven onze oogen om voort te brengen — wat? Een paar pantoffels, edele heer, die gij aantrekt, als gij vermoeid zijt, of een voetenbankje, waarover gij struikelt en dat gij hartig verwenscht. Of wel een kussen, waarop gij gaat liggen slapen en droomen van iets, wat wij niet zijn, maar om uwentwille wezen wilden. En dit is, helaas, nog het grievendst van de zaak: dat ons werk misschien geen beter loon waard is.

Als ik die jaren van mijn jeugd overzie, vraag ik menigmaal mijzelve af, of Brinvilliers wel meer heeft

Sluiten