Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik en houding de vurige begeerte las, om mij geheel uit mijn slavernij te verlossen. Eens, dat ik over mijn handwerk zat gebogen en hij vlak naast mij stond, legde hij zijn hand, zacht als zomerregen, op mijn hoofd. Ik sprong op en schudde haar van mij af, als ware zij van vuur. Hoe durfde de hand van een vreemde doen, wat mijn vader deed en toch voor mijn gevoel zacht en teeder zijn ?

En toch ging ik met hem om als met een vriend, ook zonder nog te weten, dat hij waarlijk mijn vriend was. Dit werd later beter en erger tegelijk. Wij kwamen elkaar zoo na, dat het verschil in ons beider karakter ons telkens en scherp in het oog moest springen. Romney Leigh zag altijd omlaag naar de wormen; ik altijd omhoog naar de goden. Een ware godennatuur had hij, want de goden zien neer, omdat zij zichzelven geen belang inboezemen. En, aardworm als ik was in die dagen, zag Romney dus op mij ook ter neder.

Half door zijn toedoen, geloof ik, maar meer nog door iets daarbinnen in mij, ik stierf niet, hoe gaarne ik ook wilde. Als een, die, uit een diepe onmacht ontwakend, zich eer voelt sterven dan herleven en tot bewustzijn komt met een pijnlijk, duister besef van scheiding en van een drukkenden last, die zich niet laat afwentelen, terwijl het in de ooren gonst en dreunt, alsof bij het lichten van den dag onzichtbare wagens zich verwijderen, zoo kwam ook ik, langzaam en van lieverlede tot mij zelve en sloeg de oogen op en zag rond... Waar was ik?... In de wereld en daarin dan ook met een doel, dat mij het leven moest doen in waarde houden.

Ik had een kleine kamer, hoog in huis, groen als de ligusterhaag, waarin zoo menig vogel liefst zijn nestje bouwt; al is dit nestje zelf maar van doode takjes en stroohalmpjes. Het behangsel was groen, het kleed was groen, de gordijnen om het kleine, smalle bed waren groen, groene plooien hingen voor

Sluiten