Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in vuur zetten, als tegen nacht en duisternis protesteerend. En als dan al de schittering en beweging van haar ondergaande glorie ging versmelten tot een stillen, zachten glans, zag men tegen de gouden avondlucht duidelijk een fijne, scherpe lijn afsteken, waar langs schapen zich bewogen, klein als muizen, die op en neder loopen langs een rooden feeëndraad.

't Was geen grootsche natuur, 't Waren niet mijn kastanjewouden van Vallombrosa, hangend en zich klemmend aan den rand van den afgrond. Niet mijn tuimelende watervallen met hun angst- of vreugdekreten, terwijl 7.ij zich afstorten langs de sidderende pijnboomen, als bleeke geesten naar de eeuwigheid geslingerd. Niet mijn dicht opeengedrongen bergen in een tooverkring neergezeten die, door eenzelfden electrischen stroom beroerd, met zwoegend, bonzend hart de aanraking en lastbrief der hemelen verbeiden. Neen voorwaar, Engeland is geen Italië.

Op engelschen grond leert ge naar de letter verstaan, dat Adam vóór zijn val in een hof leefde. Al de velden zijn, als ruikers, met hagen omstrikt. De heuvels zijn gerimpelde vlakten, de vlakten parterres, de ronde, gevulde, wollige boomen staan als voor het snoeimes gereed en zoekt ge naar een wildernis, ge vindt op z'n best een park. Een getemde natuur, mak geworden als het gevogelt op de hofstee, dat u geen schrik aanjaagt met snavel en klauwen, noch u meetroont naar een schier onbereikbaar adelaarsnest; integendeel welks gekakel u uit hooger sfeer omlaag roept en u aan de eieren doet denken, die gij morgen op uw ontbijttafel vindt.

Zeg liever, een liefelijke, huiselijke natuur, die stil, bescheiden u aan haar bijzijn herinnert, zooals een hond u bij het kleed trekt, of een kind zachtkens zijn handje in de uwe laat glijden. Een natuur, die u haar genegenheid toont en haar diensten aanbiedt.

Ik kon haar niet terugstooten, ik kon niet ondankbaar zijn, terwijl zij aldus ook mij tot zich trok en

Sluiten