Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te blijven. Al spoedig maakte ik mij vroeg opstaan tot gewoonte, enkel om het grauwen van den morgen te bespieden en naar de stilte te luisteren, die als een bloemkelk blad voor blad openging. Daar zat ik dan voor mijn open venster en streelde in gedachte de kamperfoelie, die het omgaf, totdat ik dit hoe langer hoe teederder deed en er eindelijk zelve om moest glimlachen — half weemoedig, omdat ik mij op een vreugdelach betrapte.

Opgewektheid brengt verzoeking mee. Toen ik zoover was, scheen het mij wel der moeite waard een poging te wagen tot ontduiking van het zwaard, dat altoos over mijn leven de wacht hield. Ik sloop de trappen af, het slapende huis door, onhoorbaar als de droomen, die er gedroomd werden, ontsnapte door de deur, als een ziel, die het lichaam ontvliedt, liep de boschjes door, gleed de omheining af, zwierf een paar uur over de heuvels en keerde terug, voordat het huis in beweging kwam.

Of wel ik zat in mijn hooge, groene nestje en leefde mijn leven en droomde mijn droomen en zond mijn ongewijde gebeden ten hemel. Ik las mijn boeken, zonder er bij te denken of ik er wat goeds uit leeren kon, of niet. Want zie, zelfs tegenover een boek, brengt inhalig te zijn en winst te berekenen — zooveel ontwikkeling door zooveel lectuur — nooit voordeel aan. Eerst wanneer wij, zelfvergeten, ons, met de ziel vooruit, hals over hoofd in de diepte van een boek storten, met vurig verlangen naar het schoone en ware er in neergezonken, eerst dan trekken wij het ware profijt van een boek.

Ik las veel. Wat mijn vader mij vroeger uit menig boekdeel had geleerd, herhaalde de liefde thans met nog meer klem en kracht. Theophrastus werd zacht en teer voor mij, omdat hij mij vaders oogen voor den geest riep en Aelian deed de mijne vochtig worden. Vader had mij wat grieksch en latijn geleerd, zooals hij mij het worstelen en balspel zou

Sluiten