Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleerd hebben als hij beide maar gekend had; den schipbreukeling gelijk, die op den eenigen houten schotel, die hem rest, geitenkaas en roode bessen bijeenhoopt; of den mensch gelijk, die slechts één wezen heeft om lief te hebben en dien éénen alles geeft wat hij bezit; niet omdat hij er waarde aan hecht, maar omdat het 't zijne is. Evenals voorheen die vrouwen, die haar sluier om het fiere hoofd van den jongen Achilles wonden, terwijl haar zilveren lach langs de glinsterende rotsen weerklonk, zoo sloeg ook mijn vader zijn wijde overjas om zijn dochtertje, niet vragend, of ze haar passen kon.

Maar nadat ik ter wille van het verleden had gelezen, las ik met den blik vooruit gericht ook. Het pad mij door vaders voetstap gebaand, maar plotseling afbrekende, toen hij zijn aardsch omkleedsel liet zinken en uit mijn oogen verzwond, ging ik thans eenzaam verder banen. Als een der „kinderen in het bosch," maar zonder lotgenootje, stapte ik met mijn kinderhart moedig op de struiken en brandnetels in, om het lommerrijk geboomte te bereiken, dat mij een schuilplaats zou bieden. Ach. mijn deernis met dat arm, jong eigen-ik vliegt, als het roodborstje, heel den langen weg terug, om dat verleen met bladeren te overdekken.

Ontzaglijk groot gevaar, door niemand geacht, als een jonge, onbesmette ziel, onbewust van wat haar dreigt op haar gevaarvollen tocht en terwijl de volle middagzon haar in de heldere oogen schijnt, zich opmaakt, om, vreemdeling en alleen, haren weg door de boekenwereld te gaan zoeken. O, gij bewondert haar, gij juicht haar toe, gij moedigt haar aan, gij roept haar een vroolijk vaarwel toe, als ware wat lang toevens bij een bron het ergste wat haar treffen kon. Maar weet — de boekenwereld is oók de wereld en de wereldlingen daar hebben minder mededoogen en meer macht. Want daar zijn de boozen gevleugeld als engelen; daar wordt elke dolk in eeuwig vuur

Sluiten