Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslepen en op een geestelijk leven gericht. Daar vertoont zich het schoone als recht, door de macht der schoonheid alleen en het zwakke als onrecht, omdat het geen kracht bezit; daar wordt de macht verheerlijkt, al wapent zij zich tegen St. Michaël, daar dekt menige kroon een kalen schedel, 't Is waar, in de boekenwereld ontbreken ook Gods heiligen en koningen niet, die het stof der graven uit hun lokken schudden en onverschrokken eeuwige waarheden voorhouden aan het veranderlijk masker van den Tijd. t Is waar, ook daar doet menig profeet zijn roepstem hooren; menig ziener met martelaarsmoed het vuur des hemels op eigen hoofd nederdalen, om één oogwenk slechts der menschen pad te verlichten. Maar wie is het, die oordeelen moet; die op het eerste gezicht juist onderscheiden moet tusschen Saul en Nahash en koning Saul op het oogenblik van zijn zonde moet verlaten, om koning David te volgen? Wie moet het geschetter der trompetten onderkennen, als deze zoowel voor Alaric als voor Karei den Grooten worden gestoken. Wie moet tooveraars beoordeelen en weten wat ware zieners, wat waarzeggers zijn?.... Dat kind daar?.... Zoudt ge een kind over een slagveld laten dwalen en met zijn onschuldig lachend gezichtje den geweren in den mond laten loopen? Of in de catacomben met een dwalmende toorts in de tochtige lucht en niets dan mompelende duisternis om zich heen? — Neen waarlijk, dat zoudt ge nietl

Ik las goede en slechte boeken; eenige goed en slecht tegelijk. Goede bedoelingen maken niet altijd goede boeken; deugdzame spaden werpen vaak kwalijk riekende aarde omhoog, zelfs bij het omspitten van een wijngaard. Ik las boeken, die het bestaan van God met zooveel bewijzen staven, dat de twijfel er zich zelf door bewust en mede verklaard wordt; dat men als bij ingeving godloochenaar wordt; zedelijke boeken tot onzedelijkheid prikkelend, geniale

Sluiten