Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweging van een nog onvolkomen leven gevoelen en dit zal openbaring van een levende Godheid en getuigenis van een Hiernamaals zijn.

Zeg niet, de ziel is een onbeschreven blad wit papier; zeg veeleer, de ziel is een palimpsest, het laatste handschrift van een profeet, bevlekt en uitgewischt door een monnik, die er over heen heeft geschreven; de Openbaring door een Longus beklad. Turend op den onzedelijken tekst, bespeurt ge wellicht hier en daar een enkele fraaie pennestreek van het aloude schrift, een enkelen op- of nederhaal, die van een alpha of omega der heilige oorkonde spreekt.

Wat tal van boeken, boeken!

Ik had een zolderkamertje ontdekt, vol kisten, waarin vaders boeken lagen opgestapeld. In deze reuzenfossielen van mijn voorwereld snuffelde ik rond, als een kleine, vlugge muis, die tusschen de ribben van een mastodon heen en weer trippelt. Ik knaagde hier en daar aan de planken, en trok gejaagd, angstig, maar toch vol heimelijke vreugde over mijn triomf, het eerste boek het beste door de opening, 't Was of ik het in de grauwe schemering onder mijn kussen voelde kloppen, lang voordat de zon mij vergunde te lezen. O mijn dierbare boeken!

Eindelijk toen de tijd daar was, werd ik tot de dichters geleid.

Even als de aarde donderend losbreekt, wanneer het inwendig vuur haar naar het hart stroomt en zij alles ter neder werpt, tempel, triomfboog noch sterrewacht sparend, om hare oorspronkelijke vrijheid te herwinnen, zoo sprong ook mijn ziel bij de eerste, goddelijke aanraking der dichtkunst omhoog, verbrak hare banden en stond daar, voor het aangezicht van hemel en aarde, sidderend van ontroering tegenover een nieuwe wereld, een nieuwe oneindigheid 1

Hoe nu, Aurora Leigh, is het u ernst met aldus van de dichters te spreken ? Die deugdzame leugenaars,

Sluiten