Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die maanzieke droomers, die kortzichtige waarzeggers en pralende grootsprekers, voor wie zon en maan in glans te kort schieten? — Ik spreek aldus van de eenige getuigen der waarheid, die God op aarde zijn overgebleven; de eenige verkondigers van hetessentieel Ware tegenover betrekkelijke, toevallige, tijdelijke waarheden. De eenige, die in onze kunstmatige schemering de slippen van Gods lichtkleed vatten; der menschheid in een schaduwbeeld op den vleeschelijken muur haar ware gedaante, haar edele, hooge gestalte toonen; haar leeren, dat de ware maat eens menschen die eens engels is. Terwijl de groote menigte daar ginds telegraafdraden spant, spoorwegen afbakent, regeert, maait, eet, drinkt en het stof veegt van de bonte pronktapijten door de vorsten en grooten der aarde betreden, verheft de dichter zijn donderende stem en roept haar toe: „Hier, dit is geest, dit is leven, dit is een woord, dat in den hemel weerklinkt,

ziehier, God is over ons" Dan schrikt die

bezige schare op; zij ziet om — zij ziet rond — zij ziet naar den hooge .... en beseft voor een oogwenk, dat stof omhoog jagen niet juist de verhevenste of dringendste levenstaak mag heeten.

Mijn aangebeden dichters, heb ik u zoo lief, omdat ik een der uwen ben, of ben ik slechts één met u door mijn liefde? Getuigt al deze geur van thym hier aan mijne voeten, dat ik tot uwe heilige hoogten ben opgestegen, of enkel dat gij tot mij zijt nedergedaald, dat ik het ruischen van uw welriekend gewaad in mijn droomen heb gehoord? Mijn vreugde en mijn smart, mijn denken en hopen zijn als de snaren en kleppen van een speeltuig, die zwijgen, indien zij niet zingen. Maar is het uw hand, mijn dichters, die de snaren tokkelt; zou geen toon weerklinken, indien uw adem de kleppen niet vulde, of is de melodie mijn, zooals ik mijn stem en den levensadem mij ingeblazen het mijne mag noemen? O bange twijfel van zoo menig donkren dag.

Sluiten